Menu

Alentejo: de perfecte plek om he-le-maal niks te doen

Wijn, olijfolie en leven op het ritme van de natuur. De bewoners van de Portugese streek Alentejo, ten zuid-oosten van Lissabon, hebben het woordje ‘easy’ zo’n beetje uitgevonden. Alle reden voor Wine-Ups Jorinde om – nippend aan haar zoveelste glas Trincadeira – een paar dagen tussen de quinta’s en de junta’s door het boerenland te trekken.

Met zijn rug naar de zon en een espresso in zijn hand, tikt gids Ruben Obadia zijn zonnehoed recht. Hij werpt een schampere blik op mijn telefoon, slaakt een diepe zucht, en zakt nog wat verder onderuit op zijn stoel. “Pak eens een boek, in plaats van steeds op je horloge of telefoon te kijken”, verzucht hij. “Je bent in de Alentejo. Dit is de perfecte plek om niks te doen.”

Een pondje varkenshoef, alsjeblieft

Noem het maar niks. De pakweg vijfhonderdduizend inwoners van de streek die maar liefst een derde deel van Portugal beslaat en waar het tot in oktober ver boven de twintig graden is, moeten rondkomen van de productie van wijn en olijven, en toerisme – dat er schoorvoetend tot stand komt. “Groter dan België, ja”, zegt Ruben, “maar we kennen hier geen MacDonalds, en hebben geen clubs.” In plaats daarvan doen de locals zich voornamelijk tegoed aan varkenshoeven, bloedworst en varkenswangen – licht of snel eten bestaat hier niet. O, en aan wijn natuurlijk. “Aan het eind van de druivenpluk, meestal in september, geeft de wijnboer een groot feest voor zijn personeel. Met náást de wijn, muziek en een varken aan het spit.”

Het is duidelijk: als vegetariër is het even aanpassen hier. Al draait de gemiddelde Alentejoaan zijn hand niet om voor een kom haaiensoep of migas (broodomelet). Of een bezoekje aan de furcados trouwens, het lokale stierenvechten waarbij het verboden zou zijn de stier te doden, en wat naast het katholicisme een soort tweede religie is, volgens Ruben.

Van Mora naar Evora

Doel van de reis, behalve heel veel lokale wijn proeven en genieten van me-time zonder pubers: zo relaxed mogelijk, toch zoveel mogelijk zien van de omgeving. Vanaf het vliegveld van Lissabon is het zo’n honderd kilometer rijden naar Mora, de eerste stad die we bezoeken en die officieel niet in Alentejo, maar de naastgelegen Ribatejo-streek ligt. Vanaf daar zullen we via Marvão en Portalegre naar Evora reizen.

Vanaf Faro is het eigenlijk sneller naar Alentejo, vertelt Ruben: slechts zestig kilometer. Het gebied strekt zich uit van de zuidkant van de Taag, tot de noordkant van de Algarve. Niet dat afstanden hier erg betrouwbaar zijn. Na een paar kritische grappen, praat Ruben de rest van de reis nadrukkelijk in ‘-ish’, als het gaat om kilometers of tijden.

“Hoe laat arriveren we bij de wijnboerderij, Ruben? “Four-ish.” En bij het hotel? “Seven-ish.” Waarop ik ver na achten mijn hotelkamerdeur open, en me in razend tempo klaarmaak voor het avondeten – dat hier goddank gewoon pas nine-ish ’s avonds plaatsvindt.

‘We zijn niet lui, we hebben ons eigen tempo’

De eigenaar van hotel Solar dos Lilases (tip!) in Mora moet lachen, als ik me de volgende ochtend tijdens het ontbijt lichtelijk verbaas over hoe relaxt de gemiddelde Portugees zich hier door het leven lijkt te bewegen. “We zijn niet lui”, pareert hij, “we hebben gewoon ons eigen tempo.”

De eigenaren van Quinta dos Pinheiros die ik later die dag ontmoet, deels Duits van oorsprong, hebben zich al lang aangepast aan het midden-Portugese ritme. Vanuit hun ranch waar internationale ruiters dressuur beoefenen en stieren opdrijven op de voor de regio kenmerkende Lucitaner paarden, en die zó gekopieerd lijkt uit een cowboyfilm, organiseren ze onder andere één- of meerdaagse tochten per paard. Wat overigens ook kan via Judite Tour, voor de iets minder geoefende ruiter – én in combinatie met wijn.

Canyoning vanuit je glampingtent

Onderweg van Mora naar Marvão, vlakbij het dorpje Pavia, stuiten we op de afgelegen camping Azenhas da Seda van Luis Lucas, die zijn vakantieverblijf begon om de drukte van Lissabon te ontvluchten. Camping is eigenlijk niet de juiste omschrijving voor de verzameling van een handjevol luxe ingerichte bungalowtenten, die stuk voor stuk in volledige privacy aan de Seda-rivier liggen. Het is er fantastisch met kinderen, want Luis biedt ook canyoning-activiteiten aan op verschillende niveaus. Of we het eigenlijk weleens gedaan hebben, canyoning, vraagt hij. “Tuurlijk”, bluf ik na een eenmalige ervaring in de Pyreneeën, afgelopen zomer. Waarna ik me nog geen uur later van een vijf meter hoge rots in de kolkende rivier stort – en goddank zonder wetsuitscheuren weer op de rotsen aan de oever klauter.

Terug naar de negende eeuw in Marvão

Afijn, Marvão. Daar blijkt het jaarlijkse, Mossassa Festival aan de gang, dat de overwinning op de Moren herdenkt en waar zowel locals als toeristen van heinden en verre op afkomen. Na een klimpartij over het reusachtige kasteel met panoramisch uitzicht over de regio, staat de rest van de avond in het teken van dans-, licht- en vuurshows, en vooral veel eten en drinken. Met de burgemeester en zijn raadsleden in hoogsteigen persoon, amicaal dicht aan onze zij.

Suppen bij Portalegre

Hoewel de omgeving van Marvão zich geweldig leent voor wandelingen (en hadden we al wijn drinken gezegd?), rijden we die (late) avond alweer door naar Portalegre. Behalve het heerlijke Hotel José Régio  en weeftapijtenmuseum Guy Fino (we geven toe: iets voor de liefhebber), blijkt de stad vooral uitermate geschikt voor een culinair feestje. Bij Dom Joaquim Restaurant eten we gerechten uit de streek zoals ze bedoeld zijn. Moet je daarna niet gaan suppen, natuurlijk – al voel ik niks meer van mijn volgegeten buik wanneer ik tussen de kurkbomen, in the middle of nowhere in de brandende zon over een verlaten meer peddel.

Studentenstad Evora

Het echte hoogtepunt moet dan misschien nog wel komen. Want als we een paar uur later arriveren in studentenstad Evora, vol kleine straatjes en steegjes, belanden we bij een wijnproeverij, die pas echt laat proeven wat de Alentejo qua wijnen in zijn mars heeft. Jammer dat we na een korte nacht in Hotel Riviera en een ochtendfietstocht met de Nederlandse Jan van SunnyCycling, die zich jaren geleden in de Alentejo vestigde, alweer naar huis moeten.

Alentejo – the alternative way

Niet dat ik nooit meer terugkom. “Want eerlijk”, fluistert Ruben me in, “er is een alternatieve route, waarbij je de Alentejo misschien nog wel beter beleeft.”

Geven wij je gewoon even mee, just in case. Rijd vanaf Lissabon of Faro per auto naar Evora, doe een stadstour van een halve dag, en bezoek ’s middags de winery van Monsarag. Overnacht in Evora, pak volgende dag de grootste vlooienmarkt van de regio in Estremoz mee (grotendeels gerund door roma die spullen verzamelen bij boeren), bezoek Unesco-erfgoed Elvas in de middag en overnacht daar. Rijd je daarna door naar Marvão en Portalegre, en weer terug naar Lissabon of Faro.

Hebben wij je niet verklapt, natuurlijk.

 Auteur: Jorinde Benner

Wine-Up was in de Alentejo op uitnodiging van het Portugese verkeersbureau en Check-in PR.

Lees ook: 9x waarom citytrippen met kinderen in Lissabon een goed idee is.

 

Deel dit via:

, , , , , , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie