Menu

‘De Avondvierdaagse? Doei mam, dat is iets uit jóuw tijd!’

Door: Pien (39)

“Hier, moet je kijken.” Vriendin S. tilt haar shirt omhoog, plaatst haar handen aan weerszijden van haar blote buik, en duwt ze met een dramatisch gebaar naar elkaar. “Zie je? Bággervet. Pure obesitas. Dit kan echt niet, Pien. We doen mee met de Avondvierdaagse.”

Wacht even. Wé? Zo vet is die buik van mij toch niet? Trouwens, die van S. ook niet. Oké, we hebben allebei een klein rolletje en die heupen – nou ja, die kunnen ook wel wat minder. Maar we hebben samen óók wel even vijf kinderen op de wereld gezet; we zijn geen twintig meer.

“Doe even normaal, S.”, zeg ik. “Zelfs Doutzen Kroes heeft een putterige plumpudding als ze zoveel geweld op de zijkanten van haar sixpack zet. Bovendien: de Avondvierdaagse is voor kinderen, hè.” “Ja, is al geregeld”, roept vriendin monter: “Jij kunt op de stempelkaart van jouw oudste, en ik op die van de mijne; die willen toch niet meer meedoen. Kunnen de kleintjes gezellig mee en zijn we nog Heel Betrokken Moeders ook.”

Tegen zoveel logica heb ik weinig in te brengen. “Goed, jij je zin”, geef ik dus maar toe. “Maar ik ga niet op van die achterlijke wandelschoenen.”

Deden ze dat niet in de prehistorie?

“Wát gaan we doen?!”, roept jongste zoon (9) verschrikt als ik hem ’s avonds het sportieve nieuws vertel. “De Ávondvierdaagse? Echt niet! Dat is iets uit de prehistorie, mam. Jóuw tijd. Of voor als je zeven bent. En ik kan helemaal niet, want ik heb om zeven uur online afgesproken met M. om te Minecraften.”

“Onmogelijk, want M. wandelt ook mee”, werp ik tegen. “Dit hele plan komt nota bene van zijn moeder.” Zoon acteert een hysterische hartaanval-scène en grijpt naar zijn telefoon. “Dit gaat hij niet trekken, hoor mam. Hier, wacht maar.” Woest append laat ik hem achter in zijn kamer en grabbel een sportieve maar toch nog een beetje fashionable outfit bij elkaar. Drie kwartier later staan S. en ik stalend bij het startpunt; drie briesende negenjarigen aan onze zij.

“Ah, jullie zijn van de begeleiding?”, begroet een fanatieke schoolmoeder ons. “Sluit maar aan bij de ouderen achteraan, de groepen 5 en 6 wandelen zelfstandig.” Geschrokken kijken S. en ik elkaar aan. De Ouderen? Begeleiding? Moeten we dan ook nog dingen dóen enzo? Zo onzichtbaar mogelijk voegen we ons bij de groep overige schoolouders. Onze kinderen zijn we al uit het oog verloren voordat het startsein klinkt.

Laat me in vredesnaam iets verzwikken

“Als ik dit had geweten, had ik een kaart gekocht voor de sportschool”, sist vriendin. “Moeten we nog socializen ook. Als ze maar niet denken dat ik straks bij de limonadekraam ga staan.” Met mijn gezicht op onweer zet ik de pas erin, en hoop stiekem dat één van ons heel licht haar enkel verzwikt – of iets anders niet-zo-ernstigs, waardoor dit hele idiote plan tenminste meteen weer van de baan is.

“Hoorde ik daar het woord limonadekraam?”, kirt één van de schoolmoeders, terwijl ze in iets te fit tempo op ons af snelt. “Nog tweehonderd meter”, knipoogt ze, “geef me je drinkfles maar vast.” Verbouwereerd overhandig ik haar de Dopper van zoonlief, die ik hem in de haast nog ben vergeten mee te geven ook. Voor mijn neus kiept ze hem leeg in het gras, gooit het water van S. er achteraan, en trekt een sprint de andere kant uit. Vijf minuten later verschijnt ze weer voor onze neuzen. “Cheers, meiden”, grijnst ze – en weg is ze weer. Langs de zijkanten van onze bidons druipen een paar gemorste druppels sauvignon. “Eh, proost!”, roepen we haar verbouwereerd na.

Op onze new best friend, besluiten we. En de Avondvierdaagse, natuurlijk. Écht het leukste sportevenement van het jaar.

Lees ook: ‘HALLO MAM, IK ZIE JE BÓRSTEN!’

 

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een reactie