Menu

Bijna 40 en een helse puber #breadcrumbing

Door: Pien (39), vervolg van: ‘Wilt u even van het toilet af komen?’

Iets te laat voor een doordeweekse avond spring ik uit de taxi en steek de sleutel in mijn voordeurslot, wanneer mijn telefoon bliept. ‘U heeft een Facebookbericht’, meldt mijn beeldscherm. “Tjonge”, denk ik, “mijn date van zojuist is wel erg voortvarend.” Niet helemaal terecht natuurlijk: we hebben ons net wel gezamenlijk uit het vrouwentoilet van de plaatselijke hotspot laten trekken. Schept toch een band.

Op dat moment klinkt nog een piep uit mijn tas – een onbekende, deze keer. Shit zeg. Was ik er even van overtuigd dat deze man me onweerstaanbaar vindt, blijkt ‘ie gewoon zijn telefoon vergeten.

“Dat is wel een heel glad trucje om me weer te zien”, bericht ik mijn nieuwe Facebook-vriend met een knipoog, terwijl ik mijn sleutels met mijn jas nog aan op tafel smijt. “Goed hè!”, antwoordt hij. “Ik ben morgenochtend om negen uur bij je. Zo’n snelle tweede date heb ik nog nooit voor elkaar gekregen.” Er achteraan stuurt hij een screenprint van mijn huisadres, gevonden via ‘Find my iPhone’. “Wat een mooi begin, ik kan niet stoppen met lachen”, vervolgt hij. “Ik vind je leuk!”

Hoog bezoek

Hij heeft mijn adres. De scharrel die ik na weken appen – weliswaar onschuldig, maar toch – vanavond zonder pardon binnenliet in mijn café-wc, weet waar ik woon. Met mijn kinderen. Heb ík weer: tóch een psychopaat. Precies op het moment dat ik ook eens aan zoiets als midlifecrisis besluit te beginnen. Of gewoon een wat late puberteit (ik ben tenslotte pas 39), maar dan wel een helse. Ik ben spontaan weer genezen.

Ergens moet ik er om lachen: hij is in elk geval niet standaard. O, én van adel, benadrukt hij zelf. Dat ik het even weet.

Snel veeg ik de volgende ochtend de hagelslag van de kinderen van tafel, wis de laatste sporen van een lichte kater van mijn gezicht, en sein een vriendin in dat ze mijn deur moet openbreken als ik haar over een uur niet heb geappt dat ik nog leef. Grijnzend staat mijn jonkheer een minuut later voor de deur. In zijn hand prijkt een bij het benzinestation gescoorde plastic fles met chocolaatjes.

Conversaties met exen…

De cappuccino die ik maak staat twee uur later koud en onaangeroerd op tafel, wanneer we eindelijk een kus lang genoeg onderbreken om meer te wisselen dan drie hijgerige zinnen. “Niet hier en niet nu”, zeg ik. “Bovendien moet ik echt aan het werk.” Met een lach werk ik hem de deur uit – verbaasd dat mijn vriendin er nog niet staat met de sterke arm der wet. Fladder een beetje door de rest van de dag, terwijl mijn wc-man me onophoudelijk appt. Met filmpjes van zijn kinderen, die vragen naar mij. Conversaties met zijn ex, evenééns over zijn nieuwste trofee. En onbenulligheden, gelukkig. Hij gaat wel hard, zeg. Wil ik dit eigenlijk wel?

“Waar ben je?”, stuurt hij nog een ochtend later. En net wanneer ik mijn straat in loop, staat hij daar. Alweer. “Ik kom je even een kus brengen.” Ik negeer de alarmbellen wederom, voel me stiekem gevleid door zijn fanatisme. “Komend weekend ben je van mij”, zegt hij. En weg is hij weer.

Kan mij het schelen, denk ik als ik dat weekend inderdáád richting zijn woonplaats rijd. De kinderen zijn naar hun vader, mijn agenda is leeg, en toegegeven: ergens heb ik best de kriebels – al weet ik nog niet zeker wat die precies betekenen. “Pas je een beetje op met die baron van je?”, waarschuwen mijn vriendinnen. “Pik me maar op op de zaak, dan zie je meteen waar en met wie ik werk”, kopt mijn wc-man in. “Nou ja, een complete psycho kan hij niet zijn”, denk ik.

Breadcrumbing voor veertigers

De dagen in zijn armen trekken een beetje als een roes aan me voorbij. Maar een paar weken en gezamenlijke weekends later, wordt mijn jonkheer toch wat aan de stille kant. Er volgt nog een enkel etentje; bellen doet hij niet. “Weleens gehoord van breadcrumbing?”, vraag ik monter, wanneer hij een week na onze laatste date weer eens uit het niets voor één kus op de stoep staat. Gevoelsmatig ben ik inmiddels aardig afgehaakt op zijn toenemende gebrek aan toewijding. “Ik vind het een mooi verhaal!” reageert hij, en zoeft er weer vandoor.

“Lekkere verkering”, denk ik, als ik die avond mijn lijstje mannen-on-hold weer van het slot haal – en ik zat niet eens op dat label te wachten. “Dan laten we het hierbij!”, appt hij na mijn opmerking hierover, om vervolgens nooit meer iets te laten horen.

Breadcrumbing, is dat niet iets van loverboys?”, gieren mijn vriendinnen ondertussen. “Klopt”, geef ik wat beschaamd toe, “en voor pubers van bijna 40, dus. Google het maar eens.” Ik vink de ervaring af als ‘geinig probeersel’, en app eindelijk die lange, frisse, gescheiden vader met een Harley terug, die al zo lang staat te popelen. Weliswaar een exemplaar zonder blauw bloed, maar met hopelijk betere etiquette.

Lees ook deel I: ‘Wilt u even van het toilet afkomen?’

Deel dit via:

, , ,

No comments yet.

Geef een reactie