Menu

Botox?! Neem een beugel!

Door: Pien (39)

“Wat heb jíj nou?!”, roept vriendin uit. Zelfs vanaf tien meter afstand is het niet te missen, maar voor de zekerheid verduidelijkt ze de boel maar even: “Heb je een béugel?!”

Feit: ik oog als Hannibal Lecter, de moordlustige kannibaal in ‘Silence of the Lambs’. Je weet wel, die tralies voor zijn mond moest dragen om te voorkomen dat hij een mens zou eten. Zo vóel ik me, tenminste. Ik heb bijna alweer spijt van mijn beslissing, zó scheef waren mijn tanden nou ook weer niet. Maar het is nu of nooit: ik ben bijna veertig, en als ik de komende veertig jaar nog een beetje fief door het leven wil, dan wel graag met een beetje knap uitgelijnde tanden. Een beetje witterere, ook – rode wijn laat zo zijn sporen na. “Goeie kuisheidsgordel”, grijnst vriendin. “Zoenen kun je nu natuurlijk wel vergeten. Had je niet gewoon wat botox kunnen nemen, als je zo graag piep wilt lijken?”

“Ik regel wel wat voor je met bleken”, knipoogt mijn piepjonge tandarts de volgende middag, wanneer ik mijn hang- en sluitwerk tijdens de halfjaarlijkse controle wat ongemakkelijk tevoorschijn lach. “O, nou”, roept hij triomfantelijk, “het was ook wel nodig zeg!” Van je jonge dokter moet je het hebben. Met zijn instrumenten in mijn mond sputter ik iets onverstaanbaars terug, en werp hem een woeste blik toe.

“Joh, welnee”, stelt hij gerust: “Ik zie hier tientallen vrouwen van jouw leeftijd. Hartstikke hip. Gwen Stefani had er ook één, en Tom Cruise.” Ja, lekker dan. Die hingen er gewoon een lekkere designeroutfit onder én hadden in die tijd een sexy lover. Met de buit al binnen beugelt het toch echt stukken makkelijker.

Buitenboordmeisje

Een kleine dertig jaar geleden had ik ook een beugel. Eindeloos project, inclusief een los exemplaar met kunststof gehemelte, waaronder zich liters speeksel verzamelden en die je vervolgens met consumptie liet praten. Vaag herinner ik me de buitenboordconstructie die ik een tijdje ook in de (brug)klas moest dragen. Waaraan ik dan tijdens een les provocerend een hele paperclipketting haakte – samen met het buitenboordmeisje naast me. Als ik dan toch voor joker liep, dan kon ik er maar beter een goeie grap van maken. Ik vraag me af of een soortgelijke actie nu misschien ook uitkomst biedt.

De kinderen begrijpen niks van mijn reserves. Ze vinden het wel wat, een moeder met een beugel. “Alle meiden in mijn klas hebben het hoor”, zegt oudste (11) opbeurend. “Je ziet er net zo uit als zij: je lijkt echt stukken jonger!” Jongste van 9 valt hem bij: “Het is gewoon een sieraad voor je tanden, mam, het staat echt super chic. En hij schittert alsof het diamantjes zijn!”

Diamantjes?! Great. Niet alleen staat mij een jaar lang celibaat te wachten, ik ga ook nog over straat met een soort onbedoelde gangster-look.

‘U bent nog wel een jaartje zoet …’

Een paar weken later mag ik op controle bij de ortho. “Gaat goed hè?”, probeer ik hoopvol, “dat gaat zeker stukken korter duren dan een jaar? Gooi er maar een lekker strak draadje in hoor; het mag wel met een beetje tempo.” Zijn vriendelijk bedoelde glimlach druipt van de minachting. Ik hóór hem denken: “De nitwit. Wat denkt ze nou. Dat die tanden nog zo lekker soepeltjes door die bijna veertigjarige kaken bewegen?” In plaats daarvan zegt hij: “We zijn nog in de opbouwende fase, mevrouw. U bent echt nog wel een jaartje zoet.”

Bedremmeld maak ik even later een vervolgafspraak bij de assistente. Geroutineerd duwt ze me een briefje in mijn handen met de nieuwe afspraak. Wanneer ik hem thuis wil overnemen in mijn agenda, lees ik in vetgedrukte letters: ‘Hierbij deel ik u mede dat uw leerling Pien in verband met een afspraak bij de orthodontist later op school is. DANK U.’

Stralend hang ik het papiertje op de koelkast. Wat nou, botox, denk ik: neem een beugel!

Lees ook: De Huilende Man

 

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een reactie