Menu

De Man met Eisen

Door: Pien (39)

Ik zie hem zitten in één oogopslag. Hij is lang, donker. De ideale kandidaat voor een aftershavereclame en godzijdank een exacte kopie van zijn foto’s. Ik trek mijn buik in en zwiep mijn haar over mijn schouder: dit is mijn enige kans om een verpletterende indruk te maken. Wow, zo makkelijk gaat dat dus. Mijn eerste man-van-internet, en kíjk nou wat een plaatje.

 

Hij heeft al wijn besteld. Een witte, dus vast één met veel houttonen, gok ik. Een mooie Italiaan, kan niet anders. Hij kijkt lachend op en quasinonchalant geef ik hem drie zoenen – laat ons publiek in vredesnaam denken dat wij elkaar al honderd jaar kennen.

“Doe mij die maar”, knipoog ik naar de ober, wijzend naar het glas van mijn aftershaveman.

Het duurde even voor ik het onder de knie had, dat mannen shoppen op internet. Na mijn jammerlijk mislukte – en goed, toch wat wanhopige – poging met de man-met-karper, wist ik het tamelijk zeker: ik ben een klassieke undatable. Te oud, te kritisch, te cynisch in mijn chats. Tot ik ontdekte dat het allemaal draait om timing. Natúúrlijk zitten de spannende exemplaren niet achter hun mobiel op zaterdagavond. Ze zijn tenslotte leuk, en hebben Grootste Plannen in het weekend. Maandagavond, díe doet ‘t ‘m. Vers genoeg na de mislukte dates van afgelopen weekend, nog lekker fris in de werkweek, en het meest onmogelijke moment om de kroeg in te duiken. Maandagavond = digitale datingavond. Tachtig likes in tien minuten. Die strategie: ik zou er patent op moeten krijgen.

En nu zit ik hier dus, met de Eerste Keus van mijn lange lijst van Ware Jacobs.

“Wat heb je aan?”, appte ik nog, onderweg naar de stad. Ik moest er niet aan denken dat ik hem straal voorbij zou lopen. Kin in de lucht, en dan met ferme pas zó langs hem heen. En dat hij me dan bij mijn arm zou grijpen met een ‘Ben jij Pien?’ en iedereen zou denken en wijzen: ‘Kijk, een Tinder-date!’

“Mijn boerenkiel”, antwoordde hij, en was het daarop volgende uur uit de lucht.

Die kiel blijkt een houthakkershemd en na zijn tweede slok van wat een goedkope chardonnay blijkt, is hij maar meteen duidelijk: er zijn een paar spelregels. Hij legt zijn hand op tafel en kijkt me dwingend aan. “Ik ben ont-zet-tend close met mijn ex”, zegt hij. “Het is van groot belang dat jullie wel vriendinnen worden.” (Die hete aardappel in zijn keel. Verrek, hij had iets geschreven over hockey, ja. O wacht, hij is nog niet klaar.) “Mijn kinderen moeten je fantastisch vinden. Als er maar één een onvertogen woord over je spreekt, houdt het op.” (Maar één van de… hoeveel kinderen hééft hij eigenlijk?) “En ik zit dus elk weekend fulltime op de hockeyclub. Daar moet je wel van houden.” (Ja, nee, natuurlijk. Dol op. Teamsporter, that’s me. Bij voorkeur in de kroeg, dat wel. Of in dat felbegeerde trio – is dit het moment om over mijn bucket list te beginnen?)

Ik stamel iets over dat stiefkinderen en exen voorlopig een ver-van-mijn-bed-show zijn, en of we gewoon eerst eens gezellig een wijntje zullen drinken. “Wat verwacht jij van een relatie met mij?”, vervolgt Gilette-man onverstoorbaar, en opeens lijken zijn sexy stoppels gewoon een vorm van slechte hygiëne. “Ben jij sterk genoeg om mij aan te kunnen?” Een sollicitatiegesprek. Oh nee, het is een sollicitátiegesprek. “Sterk is het goede woord niet”, aarzel ik. “Ik ben geloof ik alleen niet echt, eh, op je voorbereid.”

Ik tik het tweede ongevraagd bestelde glas bocht weg, bedank hem voor de avond en nog geen anderhalf uur na onze kennismaking vraag ik de rekening, die hij me zonder morren laat betalen. Op de stoep krijg ik drie zoenen.

“Antwoord me morgen maar”, fluistert hij, “iets zegt me dat wij elkaar nog wel spreken.” Onderweg naar de parkeergarage heb ik zijn eerste appje al te pakken: “Ik voelde echt een klik. Wat doe je volgend weekend?” “Een wijnmarathon met mijn vrouwenteam”, typ ik in razend tempo. En delete zijn telefoonnummer.

Lees ook: Het fantastische compliment #datemissers

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een reactie