Menu

Doet u ook mond-op-mond beademing? #fabulousforties

Suus (46)

“Wat een hip en happening eettentje is dit!”

“Ja leuk hè? Het is echt een wonder dat we hier nog een tafeltje hebben kunnen bemachtigen!” zegt Caro.

“Nou, inderdaad,” krampachtig probeer ik net zo’n relaxte houding op de loungebank aan te nemen als Caro en Esmee.

Inmiddels is de ober (ook helemaal hipster) bij ons tafeltje gearriveerd en overhandigt ons de menukaart. De wijn bestellen we alvast. Na de onvermijdelijke flirt met Caro, verdwijnt hij met de mededeling dat hij zo weer terug komt om onze bestelling op te nemen.

Wanhopig probeer ik in de schemerige verlichting iets te ontcijferen van het menu. Die hippe lettertypes worden er ook niet duidelijker op. Wacht, even iets meer licht. Ik zet mijn mobiel in de zaklamp-stand. Zo, dat is beter.

“Jezus Suus, wat doe je met die bouwlamp aan?” Esmee kijkt gegeneerd om zich heen.

“Kun je het niet lezen?” vraagt Caro vol leedvermaak. Ik zucht, maar zeg verder niks, aangezien ik haar verleden jaar nog hartelijk uitlachte toen ik erachter kwam dat ze de selfiestick van haar kinderen gebruikte om haar whatsappjes te lezen. Ze rommelt even in haar tas en geeft me dan een, hoe kan het ook anders, heel hip leesbrilletje. “Hier, probeer deze eens.” “Hè? Sinds wanneer heb jij een leesbril?” vraagt Esmee verbaasd aan Caro.

“Sinds ik die leuke opticien tegen het fraaie lijf ben gelopen,” antwoordt Caro gniffelend.

Esmee rolt met haar ogen. “Ach, natuurlijk.”

Ik zet het brilletje van Caro op. “Wauw, dit is echt geweldig! Zo kan ik zelfs zien wat er op mijn bord ligt,” zeg ik enthousiast

“Sommige ouderdomskwalen moet je gewoon onder ogen zien, Suus,” zegt Caro moederlijk. “Dus geen gemaar, volgende week neem ik je mee naar mijn opticien.”

De hé-jou-ken-ik-zonder-kleren blik 

Hoewel ik me nog steeds afvraag of het wel een goed idee is me een bril aan te laten meten door één van Caro’s aanbidders, lopen Caro en ik een paar dagen later toch richting de brillenzaak. “Ik ben benieuwd wat je van Oscar vindt,” zegt ze opgetogen, “hij is echt zó sexy!”

Zodra we de winkel binnenlopen zie ik meteen wat Caro bedoelt. De man achter de toonbank die ons een welkom-ik-kom-zo-bij-jullie en vervolgens Caro een hé-jou-ken-ik-zonder-kleren blik toewerpt, is een soort van woest aantrekkelijk. Ik weet op slag niet meer wat ik hier kom doen of wat ik moet zeggen. Dat hij tijdens het opmeten van mijn ogen en het uitzoeken van een montuur constant mijn gezicht aanraakt, maakt het er niet beter op. Gelukkig heb ik Caro bij me, die het hoogste woord voert.

De slaapkamerogen van dokter Oscar

Afijn, een week later ben ik ook de trotse bezitster van een elegant leesbrilletje en kan ik me niet meer voorstellen dat ik ooit zonder heb gekund. Helaas duurt het niet lang voor het ding blijft slingeren op de bank en ik er met een plof bovenop ga zitten. Beteuterd hou ik het verfomfaaide montuur omhoog.

“Zou er nog garantie op zitten?” vraag ik aan manlief.

“Je kunt het altijd proberen,” antwoordt hij. Dus loop ik de volgende dag opnieuw de brillenzaak van Oscar de Opticien binnen.

Hij herkent me meteen. “Hi, wat kan ik voor je doen?”

Hoe kan iemand er op een gewone werkdag uitzien alsof hij zojuist wilde seks heeft gehad?! Mijn gedachten dwalen af naar wat hij allemaal voor me zou kunnen doen.

“Bevalt de bril niet?” Zijn slaapkamerogen kijken me vriendelijk vragend aan.

O shit, ik moet iets antwoorden.

“Ik, eh … mijn pootjes staan scheef,” stamel ik.

Er verschijnt een ondeugend lachje om zijn mond als hij over de toonbank heen naar mijn benen kijkt. “Nou, daar lijkt me helemaal niks mis mee.”

Niet begrijpend kijk ik hem aan, dan dringt langzaam tot me door wat hij bedoelt.

“Nee, kijk.” Met een knalrood hoofd grabbel ik de brillenkoker uit mijn handtas en laat hem de verkreukelde bril zien.

“Oei,” hij bekijkt de schade van alle kanten. “Gelukkig ben ik expert in eerste hulp bij scheve pootjes!” Met een knipoog verdwijnt hij naar het kamertje achter de toonbank.

“Ik wacht hier wel,” zeg ik ten overvloede, ik bedoel, wat zou ik anders moeten doen?

Na vijf minuten is hij terug. Terwijl hij de bril op mijn neus zet, is zijn gezicht even heel dichtbij bij het mijne. “Bedankt voor de eerste hulp,” zeg ik enigszins buiten adem. Die man is echt een gevaar voor de volksgezondheid.

“Anytime.” Zijn stem klinkt na in mijn oren als ik, met kaarsrechte pootjes, de winkel uit loop.

Lees ook: Kutverhalen zijn hier niet de bedoeling.

Deel dit via:
No comments yet.

Geef een reactie