Menu

‘Even schoonmaken, de werkster is geweest’

Pien (41) is helemaal klaar met het slagveld dat haar huishouden heet, en doet zichzelf een groot cadeau: een werkster. Dat blijkt íets arbeidsintensiever dan ze dacht.

“Wat ben jíj nou aan het doen?!” Zoon (13) komt via de tuin de woonkamer binnen, laat jas en tas achter zich op de grond vallen, en staart verbouwereerd het huis in. “Doe je zo’n interieurmetamorfose ofzo?”
Ik ben onder de indruk van zijn oplettendheid. Normaal gesproken zou hij het niet eens opmerken als ik alle muren pimpelpaars schilderde, de bank verving door Japanse vloerkussens, of de complete huisraad op de stoep zette – zo lang er maar chips en cola zijn en de Xbox er nog staat. Nu kijkt hij me medelijdend aan. “Jee mam, dat wordt wel even doorwerken, eer dit weer een beetje normaal is.” Met hangende schouders, mijn armen naast mijn lichaam, sta ik naast hem en staar mee.
“Nou hè”, zeg ik.
“Poe hee”, zegt hij.
De Luxaflex hangen scheef getrokken voor het raam, de helft van mijn – nooit gebruikte maar toch indrukwekkende – collectie schoonmaakmiddelen ligt omgevallen op het aanrecht, en in het midden van de woonkamer staat de zwabber in een emmer vol zwart afvalwater.

“Je nam toch een werkster?”, vraagt zoon voorzichtig. “Een witte tornado die jou vrije tijd zou opleveren?” Ik trek een pruillip. “Een tornado is ze”, zeg ik. “Zullen we het daar nu verder bij laten?”

‘Zo goor heb ik het hier nog nooit gezien’

Kijk, het was natuurlijk best een risico, toen ik de eerste de beste huishoudelijke hulp uit het plaatselijke sufferdje aangreep om mijn hoop te zijn in vervuilde dagen. Ze kon de volgende dag al aan de slag, reageerde ze monter op mijn mailtje. Poetsen begint met een gezonde dosis energie, weet ik, dus die buit was vast binnen. Hoeveel kan nou fout gaan aan een beetje stoffen en dweilen? Oké, iets meer dan een béétje stoffen, in ons geval, maar toch.
“Best knap”, doet zoon er nog een schepje bovenop. “Zo goor heb ik het hier nog nooit gezien.”

‘Zijn jullie nooit zíek hier?!’

Twaalf-euro-vijftig per uur, plus vergoeding voor het openbaar vervoer, onderhandelde ze in het kennismakingsgesprek. Of nou ja, onderhandelde: haar diagnose na een rondje door mijn huis (“O meisje, zó vies, jij hebt hulp nodig”), gecombineerd met haar lage stem en indrukwekkende verschijning (“Koop een schort. Maat XXL”) dwongen het min of meer af – al dan niet door het aanvullende: “Zijn jullie nooit zíek hier?!”
Aangezien ik had gerekend op vijftien euro, was ik meteen akkoord. Nu kijk ik naar het slagveld in wat ooit mijn woonkamer was, en voel me toch een beetje bedremmeld. Als er íets is waar ik ziek van word, is het deze hopeloze bende wel, en het feit dat ik daar met mijn weke ruggengraat niks van durf te zeggen.

Tamponpapiertjes met tandpasta

“Drie uur is drie uur”, zei ze een uur geleden nog – de helft van de vloer gedweild en de andere helft bedrukt met modderige hondenpootafdrukken. “Ga je extra betalen, of zal ik volgende week verder gaan?”
Ik had veertig euro rond gepind, precies passend voor die drie uur en het buskaartje, en vroeg me ondertussen naarstig af of het nou echt zo’n onmogelijke vraag was, alleen de woonkamer stoffen, zuigen en dweilen in drie uur. “Eh, nee, ik maak het zelf wel even af; pakken we volgende week de badkamer aan”, stamelde ik. Volgende week – ik zei het echt. Geen: “Ik geloof toch dat we verschillende verwachtingen hebben van schoonmaakwerk” of “Ik ben enorm blij met je inzet, maar ik realiseer me opeens dat we volgende week emigreren”. Nee: “Volgende week pakken we de badkamer aan.” Dát zei ik. Wé, ook nog. In gedachte zie ik de haren uit het doucheputje al roerloos op een berg in de badkuip liggen, samen geveegd met verdwaalde tamponpapiertjes en opgedroogde tandpastaklodders van de kinderen: “Sorry, zó vies, geen tijd meer.”
Nu kom ik dus nooit meer van haar af. Ben ik elke week veertig euro lichter, plus kerst-, vakantie- en verjaardagsbonussen, en dubbel zoveel tijd als voorheen kwijt aan de schoonmaak.

‘Ze moet nog een beetje inkomen’

“Nee, mijn moeder is aan het poetsen, want de werkster is geweest.” Ik trap net de stofzuiger uit, wanneer de buurvrouw met een zorgelijke blik langs zoon naar binnen wandelt. “Wat is híer aan de hand?” gilt ze ontsteld, “heb je waterschade?!” Met iets onbestemd oranjes aan mijn vinger veeg ik een plakkerige lok van mijn voorhoofd. “Ja, nee, nieuwe huishoudhulp”, hijg ik verontschuldigend. “Ze moet nog beetje inkomen.”
“Wacht”, zegt mijn buurvrouw, “ik ben zo terug.” Een minuut later staat ze in de deurpost met een fles chardonnay. “Had je geen schoonmaakazijn?” lach ik schamper, en pak twee glazen uit de kast.
“Nee, sufferd”, knipoogt ze, en wijst naar de folder die ze onder de fles op mijn aanrecht heeft geschoven. ‘Heb jij ook moeite met nee zeggen?’, staat erop. Ik durf niet verder te lezen. “Echt wat voor jou”, zegt buurvrouw, “ik geef de cursus zelf. Kost maar veertig euro per sessie; jij mag voor de helft. Ik heb je alvast ingeschreven, nu je toch tijd over hebt – en je zegt vast geen nee.”

Leuk voor Sinterklaas!

Lees ook: De zuigmoeder

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een reactie