Menu

‘Hang er een servet voor!’

Door: Pien (41)

De seconde dat ik het restaurant binnenstap, ben ik blij dat ik heb toegehapt. Aan een tafeltje achterin de zaak wacht hij, en mijn hart maakt een sprongetje. Die guitige blik, de twinkeling in zijn ogen – hij mag er zijn, dat moet ik toegeven. Hij staat op om mijn jas aan te pakken en geeft me verlegen drie zoenen. Behalve ‘hai’ hebben we nog geen woord gewisseld, en nu al voel ik een vonk. ‘Laat deze lunch in hemelsnaam uitlopen op een borrel’, hoop ik in stilte.

Vorige week stuurde hij een berichtje via Instagram: “Geen idee of ik nu allerlei omgangscodes breek, maar om je te benaderen via de school-app vond ik ook zowat.” Ik schrok er een beetje van (‘Huh? Heeft Instagram een chatfunctie?’), had geen idee of hij nu kon zien of ik online was (‘Laat hem vooral niet denken dat ik easy ben’), en wist al helemaal niet wat ik moest antwoorden (‘Een gescheiden schoolpleinvader – come ón’). Maar zonder dat ik het door had zaten we een uur later nog te chatten, en antwoordde ik zonder nadenken met ‘ja’ toen hij vroeg of we face-to-face verder zouden kletsen.

Genadeloos voor schut

Hij heeft één van de hipste zaakjes in de stad uitgezocht. Ik knik goedkeurend, zak in mijn nieuwe, lichtroze jurk op een stoel, en neem een slok van de wijn die hij gemakshalve maar alvast heeft laten aanrukken. We kletsen en lachen en eten en flirten, en in gedachten plan ik al bijna een weekend samen, als – uit het niets – het noodlot toeslaat. Wanneer ik ga verzitten, voel ik het. O god, het zál toch niet?! Het weeïge gevoel in mijn buik bevestigt mijn angstige vermoeden: ik word, totaal onverwacht, ter plekke ongesteld. En niet zo discreet ook: aan de achterkant van mijn poederkleurige jurkje prijkt een dieprode vlek.

Koortsachtig zoek ik naar een oplossing. Ik kan niet meer opstaan. Nooit meer. Ik kan überhaupt niet meer over straat. Of me ooit nog in deze zaak vertonen. Niet te geloven; héb ik eindelijk eens een leuke date, zet ik mezelf genadeloos voor schut.

Drol-emoji

Zodra de schoolpleinvader naar het toilet gaat, grijp ik paniekerig naar mijn telefoon en app een vriendin. “Hang er een servet voor!”, reageert die, met een zee aan brullend lachende smileys. Goed, daar hoef ik duidelijk geen steun van te verwachten. “Joh”, vervolgt ze, “gelukkig is het geen…” Onder haar bericht verschijnt een lachende drol-emoji.

Ik kan mijn lach niet onderdrukken. Ze heeft een punt: ik kan er maar beter luchtig over doen en het gewoon eerlijk zeggen, ik kan moeilijk mijn jurk uittrekken en de date voortzetten in mijn – overigens ook al niet meer toonbare – ondergoed.

Sanitaire stop

“Zo”, zegt mijn date als hij terug is bij ons tafeltje, “goeie grap?”
“Nou, ik hoop dat we er later om kunnen lachen, maar het is eigenlijk tamelijk gênant”, bloos ik, en vertel hem het verhaal. Met een vette grijns wenkt hij de ober om de rekening, pakt zijn jas, en schuift hem achter mijn rug. “Knoop maar om je middel”, zegt hij. “Maken we een sanitaire stop bij jou thuis, en reserveer ik alvast een tafeltje voor vanavond. Volgens mij zijn wij nog lang niet uitgekletst.”
Dankbaar vouw ik de mouwen van zijn jack rond mijn taille, en kus deze heer – vanuit de puntjes van mijn tenen.

Lees ook: Ik staak

Deel dit via:

, , , ,

No comments yet.

Geef een reactie