Menu

Het pubernachtkastje

Door: Pien (41)

“Je hebt wát..?!” Vriendin S. reageert alsof ik net een staatsgeheim heb verklapt. The Oval Office stiekem heb betreden. Of iets anders Heel Verboden, Verschrikkelijk Ergs heb gedaan.

Feit is: ik heb inderdaad het heiligdom der heiligdommen betreden: de Kamer van Puber (13). Waarvan ik – uit louter zelfbehoud – de deur hermetisch gesloten houd. Vanwege het bordje: ‘Keep out, ik kijk Netflix’. De eindeloze puinzooi die ik ondanks duizend vermaningen niet langer kan verdragen. En omdat zich er culturen manifesteren waarvan biologen ongetwijfeld wild enthousiast zouden worden, maar waarvan ik me afvraag of ze de volksgezondheid niet in gevaar brengen.

O, en: ik heb het gedaan terwijl hij er niet was.

Hij zou hem opruimen, die kamer. Beloofd met de hand op zijn hart. En nu is het vrijdagochtend, is puber voor het weekend vertrokken naar zijn vader, en is mijn bovenverdieping na een schoolweek vol vrienden op het stapelbed, ongedouchte logeerpartijen en tenniscompetities waarvan de tenues onvindbaar zijn, nog steeds gehuld in mengeling van zweetvoetenlucht, Dorito’s (mét dipsaus) en Axe-deodorant (om dit alles te verhullen, gok ik, maar wat de boel alleen maar verergert).

Darten op de juf

Zuchtend loop ik zijn kamer in. Nerf-pijltjes overal. Snoeppapiertjes. De overgebleven 33CC-flesjes Sprite en sinas van vakantie, liggen half leeggedronken en plakkerig onder zijn bed. Op het dartbord hangt een briefje met ‘Mevrouw Naborg’ en drie dartpijltjes erdoorheen – middenin de roos. Onder zijn hoofdkussen ligt de nieuwste Linda Magazine, die ik al dagen kwijt was.

Vooruit: niks nieuws, denk ik. Maar dan stuit ik op zijn nachtkastje.

‘Had je honger?’, app ik puber, met een foto van het stilleven – compleet met vieze sok, ín de milde salsadipsaus – en een hoeslaken waarvan ik niet zeker weet waarom het er ligt, verfrommeld tot een onontwarbare prop.

‘Wat?’, krijg ik terug, onder lestijd. ‘Jíj zei dat ik de was in mijn kast moest leggen en dat mijn bureau netjes moest zijn.’

Kakkerlakken

Hij heeft een punt: een nachtkastje is geen bureau. Zelfs al liggen er vijf schoolboeken op en genoeg koekjes om de hele klas mee te voeren.

Dit zet geen zoden aan de dijk, besluit ik. Dan maar zelf: voor ik het weet krioelen de kakkerlakken door ons huis. Of mieren, op z’n minst. Met een vuilniszak in mijn hand, veeg ik de rommel stuk voor stuk van zijn nachtkastje.

Een leeg pak chocolate chip cookies. Die dipsaus. Een snipper van een zak chips. Servetje met de tekst: ‘Wie vind jíj de knapste van 2D?’ Een zwart uitgeslagen sok met gat waarvan ik de andere weken geleden al heb weggegooid, in de stellige overtuiging dat het een ‘weessok’ was.

Stiekem moet ik erom lachen, en app S.

1 Wodka, 2/3 leeg

Tien minuten zie ik haar typen, na haar eerste reactie, maar blijft het stil. Dan verschijnt, weloverwogen, haar antwoord in mijn scherm.

“Het nachtkastje van mijn dochter (17):

1 Fles water

1 Fles wodka, voor 2/3 leeg

1 Pilstrip, ongebruikt

Mijn nagellak in de enige goede kleur rood

2 Lege zakjes wiet (denk ik)

3 Verloren boeken uit mijn kast

Iets Nats En Onbestemds.”

‘Mag ik bij jou slapen?’

Meer dan tien jaar moederschap: down the drain, concluderen we. Al ons positief ouderschap, time-outs volgens de boekjes en andere opvoedkundige experimenten ten spijt: ze zijn blijkbaar mislukt. Dan verschijnt een appje van zoon in mijn telefoonscherm. “Ik ben al thuis mam, kijken we vanavond een film in pyjama in jouw bed? O, en mag ik dan alsjeblieft bij jou slapen?”

Inwendig juich ik, en prijs mezelf gelukkig. Met mijn zoon, zijn chocolate chip cookies met dipssaus, en naar chips ruikende vriendinnen. Zelfs al slaap ik in de kruimels.

Lees ook: Ik staak!

 

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een reactie