Menu

‘Hoezo mag ik geen feest geven wanneer jij weg bent?’

Door: Pien (40)

“Ik snap écht niet waar jij last van hebt.” Zoon (“ik zit al in de brugklas hoor”) smijt zijn rugzak tegen de bank, slingert zijn jas in een andere hoek van de woonkamer en trekt al stampvoetend een modderspoor van de tuin naar de gang – recht over het nieuwe vloerkleed dat me zojuist een klein en eigenlijk niet besteedbaar fortuin kostte. “Ál mijn vrienden mogen kinderen uitnodigen wanneer hun ouders er niet zijn. Bij Anna is zelfs een keer de hele klas langs geweest toen haar ouders een nacht op pad waren. Jij bent de enige die zo moeilijk doet. We drinken heus geen alcohol hoor. Maken geen rommel en we zetten echt de muziek wel zacht. Jíj moet zo nodig op zakenreis; mag ik dan meteen geen sociaal leven hebben?”

Zoon heeft gevoel voor dramatiek, dat moet ik hem nageven. “Goeiemiddag schat”, kus ik hem op zijn voorhoofd, nadat hij zijn mond nukkig van me afwendt. “Hoe was school?” “Ja, stom natuurlijk”, antwoordt hij. “Omdat ik door jou niet eens normaal met mijn vrienden kan omgaan.”

In gedachte schakel ik even terug. Sinds wanneer is feesten als je het huis voor jezelf hebt eigenlijk een ding op twaalfjarige leeftijd? Speelde ik toen niet gewoon nog met mijn poppen? Feesten was met vijf vriendinnen logeren en dan een playbackshow houden voor de dienstdoende ouders. We dronken ranja tot we er ziek van werden, giechelden stilletjes over jongens, en bij de gedachte dat we dat moesten doen zónder de onopvallende maar wel veilige aanwezigheid van een volwassene, braken we nog net niet in huilen uit.

Chillen met zijn vrienden terwijl ik op reis ben. Is ‘ie helemaal belazerd zeg.

“En denk maar niet dat je vader het goed vindt, dat je hier gaat zitten terwijl je dat weekend bij hem bent”, werp ik zoon na, die zijn modderspoor ondertussen heeft doorgetrokken tot de bovenverdieping. “Bovendien zit je voorlopig nog te stressen wanneer ik maar een uurtje boodschappen ga doen.”

In mijn hoofd spelen zich allerlei Home Alone-achtige scenario’s af, het ene nog gruwelijker dan het andere. Alsof zijn vader het zou merken als zoon na school niet met een vriend meegaat, maar stiekem tóch met de halve klas in mijn woonkamer zit. De hele chipsvoorraad opvreet, de Sonos opblaast, de voordeur drie dagen laat openstaan en de buurman tot wanhoop drijft. “Je weet maar nooit, Pien”, grijnst Caro voelbaar, zodra ik haar app over zoons illegale partyplannen. “Tijdens het stiekeme bakfeestje in míjn huis, toen ik vorige maand op reis was, staken ze het bakpapier in de fik.”

Minnaar weet me niet veel geruster te stellen, wanneer ik hem die avond vertel over het voorval. “Komt wel goed, Pien. In het ergste geval verliest ‘ie z’n maagdelijkheid op wat jonge leeftijd.”

Ja ja, maak er maar een grap van, denk ik: híj installeerde vorig jaar een compleet alarmsysteem op zijn huis, nadat zijn puberzonen een dusdanige knalfuif gaven in zijn afwezigheid, dat er bij thuiskomst niet alleen een brief op de mat lag van een gealarmeerde buurtvereniging, maar zelfs van de politie. De buren wisselen sindsdien geen woord meer met hem. “Ik geef je wel even het nummer van mijn beveiligingsbedrijf”, knipoogt hij. “Bij míj komen ze er niet meer in, komend weekend.”

Wanneer ik de volgende dag thuiskom na een werkafspraak, tref ik een leeg huis. Zelfs de in het rond geslingerde tas, jas, schoenen en bekers ontbreken. Zie je, schrik ik: is ‘ie weggelopen. Mijn hartenlapje. Overmand door puberhormonen compléét ongelukkig gevlucht naar zijn vader, omdat ik hem zijn feest ontzeg terwijl ik zelf lekker in een zonovergoten oord doe alsof ik moet werken.

“Waar ben je, schat?”, app ik – mijn gestaag versnellende hartslag negerend. Zoon springt direct online. “Bij buuf, zjz”, verschijnt in mijn scherm – waarbij ik gok dat ‘zjz’ zoiets betekent als ‘zie je zo’. Direct daarop hoor ik de sleutel in het slot van de voordeur.

Een beetje slungelig staat ‘ie op de deurmat; zijn armen slap langs zijn lichaam, in afwachting van een knuffel. “Ik vond het niks mam, zo’n stil huis”, fluistert hij in mijn armen, nadat hij zich ervan heeft verzekerd dat echt niemand meekijkt. “O, en over dat feestje hè, wanneer jij straks weg bent: ik heb besloten dat dat over een jaar misschien tóch beter uitkomt.”

Lees ook: Hoe herken ik een puber? Let op deze 21 kenmerken.

Deel dit via:

, , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie