Menu

‘Junistress, is dat het nieuwe FOMO?’

Door: Pien (41)

“Mam, ik kon tot gisteren een schoolfeestkaartje kopen, en nu kan ik niet doordat je dat niet had gezegd. O, en heb je me al ingeschreven voor turnkamp?” Ik trek één wenkbrauw op boven mijn laptopscherm, naar oudste zoon (12) die me demonstratief aanstaart. “Ík had dat niet gezegd?”, frons ik. “Wat is er gebeurd met de schoolmail en je klassen-app?”

Het is natuurlijk bere-handig, zo’n moeder als wandelende agenda, investeerder, personal assistant en huishoudelijke hulp in één. Eén dingetje: ik vervul die functie voor twee kinderen plús mezelf, en wanneer in juni het einde van het schooljaar en de vakantie naderen, groeit hij me behoorlijk boven het hoofd.

De schoolbarbecue, rapportgesprekken (x2), inhaaltoetsen (x10), schoolreisjes, de avondvierdaagse (come ón, zijn ze daar nou niet eens te oud voor?), klas opruimen, het turnfeest, boerderij-uitje, tenniseindtoernooi, juffencadeautjes – werkelijk álles wat gevierd, herdacht en uitgezwaaid moet worden, dient om onbegrijpelijke redenen plotseling in de laatste twee weken van juni plaats te vinden.

Precíes de weken waarin mijn collega’s besluiten dat die paar grote deadlines beter iets naar voren kunnen (we willen immers allemáál vakantie) en mijn vriendinnen allemaal nú uit eten willen, “want voor de vakantie komt het er niet meer van”. Geen van mijn kinderen past zijn zwembroek, slippers of T-shirts nog. De hond moet ingeënt. Ik rijd nog op mijn winterbanden, de reisverzekering moet aangepast, de onleesbaar versnipperde en in siroop verdronken schoolboeken van oudste betaald. Stress van de vakantie: het moet niet gekker worden.

Geen kerel die erover piept

“Wát heb je?”, vraagt vriend M., wanneer ik hem uitleg waarom ik er zo oververhit bij loop. “Júnistress? O god, is dat het nieuwe Fear Of Missing Out?” Hij proest nog net zijn wijn niet over me uit. Ik weet zeker dat bosjes (wat zeg ik: oerwouden) vrouwen omvallen onder de pre-zomerdruk met kinderen, maar hij heeft een punt, denk ik: ik heb nog nooit een kerel horen piepen over junistress. Of juffencadeautjes. Of FOMO, godbetert. Maar ja, die hebben natuurlijk allemaal vrouwen die dat regelen – weten zij veel.

Alleen, M. is een alleenstaande vader. Met een fulltime baan. Leidinggevend, ook nog. Zijn drie kinderen zijn nog nooit een juffencadeautje vergeten. Of te laat geweest om zich in te schrijven voor judokamp. Hij rijdt zijn eigen zoon plús vrienden naar het schoolfeest en heeft vooraf nog voor ze gekookt ook, en het optreden van het pianoklasje van zijn dochter host hij zelf. Met ranja, cake én goede wijn. En dan is ‘ie die week ook nog gewoon gezellig uit eten geweest. Zelf. En op date. Ik snap er geen zak van hoe hij zo olijk en ontspannen tegenover me kan zitten.

Hier hebben anderen dus een partner voor

“Pien: het is een kwestie van keuzes maken”, sust M. quasi-vastberaden. Hij zet twee nieuwe glazen Gewürztraminer neer die perfect op temperatuur zijn – ook dat nog – en kijkt me doordringend aan. “Stap één”, zegt hij: “Neem een slok.” Verbouwereerd doe ik wat hij me vraagt. “Nu”, vervolgt hij: “Open je agenda. Zijn er dingen waar je nu nog nee tegen kan zeggen?”

Ik voel me net een puber die zojuist een vuilniszak in haar handen geduwd heeft gekregen met de opdracht haar kamer op te ruimen, maar ergens vind ik het wel lekker, dit duwtje in de rug. “Kijk”, denk ik, “hier hebben anderen dus een partner voor. Die ook nog eens wat klussen uit handen kan nemen. De was, bijvoorbeeld. Boodschappen. Of de zoveelste taxisessie voor de kinderen.” Ik zou er bijna spontaan weer van willen samenwonen – maar realiseer me tegelijkertijd dat deze topper in elk geval niet elke avond zijn stinkende sokken op mijn salontafel legt.

Eén hulpouderactie per jaar

De kinderen kunnen op internet best hun eigen boodschappenmandje met zwembroeken en slippers aanmaken, constateer ik (hoewel, ik voorzie daar een paar uitdagingen, merk-, hoeveelheid- en prijs-wise). Ik hoef volgend jaar niet per se de schoolkrant te begeleiden, en als ik een treetje mini-prosecco koop, hebben zowel de juffen, de tennislerares én de docenten van volgend jaar een topcadeau. Kijk, dit ruimt al lekker op; die M. heeft misschien nog wel gelijk ook, met zijn geproest over junistress.

Terwijl ik één voor één taken wegstreep die ik best kan laten zitten of verschuiven, springen tien berichten binnen de klassenapp in mijn scherm. Wie eind deze week even kan helpen bij het boerderij-uitje van groep zeven. “O”, roep ik, terwijl ik de laatste slok wijn uit mijn tweede glas weg tik, opgelucht over de ruimte die opeens ontstaat in mijn hoofd. “Die ochtend heb ik niks, ik ka…” M. snoert me abrupt de mond. “Daar heb je het gedonder alweer”, zegt hij. “Zet die groepsapp nou eens op stil; jij hebt al wel genoeg aan je hoofd, vind je niet? Er zijn ook ouders die níet fulltime werken. En die samen zijn. Vanaf nu kies je voor ieder kind één schoolactiviteit per jaar waarbij je wilt helpen, en daar shine je als een dolle. Kind blij, school blij, jij blij. O, en houd wanneer je exact op vakantie gaat in hemelsnaam voor jezelf, dan kun je tenminste rustig vertrekken.”

Verdomd. Dat ik daar nou niet eerder aan had gedacht.

Die avond plan ik een etentje met al mijn vriendinnen tegelijk, in september. Junistress: ze kunnen me wat.

Lees ook: Als single tussen de Italianen maar mijn auto heeft sjans.

Deel dit via:

, , , ,

No comments yet.

Geef een reactie