Menu

Wie heeft nou vakantie in het buitenland nodig?

Door: Pien (40)

“Je weet dit zeker, hè?” Vriendin J. kijkt me indringend aan. “We kunnen het ook een jaar overslaan natuurlijk, dat skiën. Nemen we de kids gewoon een dagje mee naar zo’n snow dome in de kerstvakantie, en boeken we nu allebei een lastminute prijsknaller naar de zon. ”J. heeft een punt: samen met de gezamenlijke meute kids naar de sneeuw in de winter, betekent voor mij even geen zomervakantie dit jaar. Een nanoseconde brengt ze me aan het twijfelen. Maar vrijwel meteen denk ik: doe niet zo belachelijk. De kinderen gaan ook nog twee weken met hun vader naar Italië. Bovendien maak ik ze nergens blijer mee dan met een week op de latten, en – misschien nog wel belangrijker – ik vind dat dé manier om meteen alle oudjaarsfeeststress te omzeilen.
Vriendin drukt op ‘nu boeken’. “Goed, daar gaat ‘ie dan: no way back!”


Inwendig schrijf ik een duizend-ideeën-doe-lijstje met dingen die ik kan ondernemen om een zomer in eigen land draaglijk te maken met een puber en een jongste die de hormonen van zijn broer probleemloos lijkt over te nemen. Roeibootje kopen, naar het strand, logeren bij vrienden op de camping, afspraken met vriendjes en elke avond fik stoken…

“Je bent gék dat je dit in je hoofd haalt”, waarschuwt J. Dit komt goed, besluit ik op mijn beurt. Het bespaart me in elk geval óók de nodige opvoedclashes met meereizende vrienden, twaalf uur lang gejengel op de achterbank, en eindeloze vakantievoorbereidingen waarbij je uiteindelijk eigenlijk gewoon je hele huisraad én zorg twaalfhonderd kilometer verderop verhuist, om het daar vervolgens gewoon net zo druk te hebben als thuis – maar dan duurder.

“Kamperen in de achtertuin? Cool!” Oudste zoon ziet mijn zomerplannen direct helemaal zitten, wanneer ik ze als een voldongen feit presenteer aan de kinderen. “Kunnen we daar dan ook pizza’s laten bezorgen?” ziet jongste zijn kans schoon. Ik bekijk ondertussen ongerust de weersvoorspelling voor onze drie gezamenlijke weken, en bid op mijn blote knieën dat de weergoden nog van gedachte veranderen.

Sjouwhulp voor de rosé
Alsof het zo moet zijn, breekt drie weken later, aan het begin van de grote vakantie, de hitte los. De eindeloze dagen op de stranden van Zeeland lijken bijna een zonnige reis aan de costa, de meeliftende vriendjes tonen zich uitermate handige sjouwhulpen voor de koeltassen vol cola en rosé, en Tinder blijkt een bijzonder vermakelijke afwisseling voor de zoveelste roman die ik verslind (zit die kerel nou écht tien strandbedjes verderop naar me terug te appen?!). Ik blijk de koningin van het houttipi’s bouwen voor een felle fik in onze vuurkorf (“Ja hoor, jongens, gooi er nog maar een aanmaakblokje op; volgens Sire moet ik jullie vooral jongen laten zijn”), en klets bij met al mijn vriendinnen die nog niet met gezin en huisraad naar Zuid-Frankrijk gezwartezaterdagd zijn. De kinderen ontbijten met icetea en borrelnoten (net zoiets als thee en crackers met pindakaas, oordeel ik) terwijl ik een gat in de dag slaap, en ik kijk al mijn achterstallige Netflix-series in één keer af.

Zelfs wanneer de regenachtige dagen uiteindelijk toch aanbreken en de kinderen elkaar voor de vierde verveelde ochtend op rij de hersens inslaan, denk ik: ik had nu ook met twee helse testosteronballen zonder wifi op een verregende camping in de Loire kunnen zitten, terwijl de mieren over de afwas van gisteren krioelen.

Wanneer jongste zoon ’s avonds met zwarte voeten in zijn bed kruipt, vergeet hij héél even hoe groot hij is. Met zijn al even zwarte handen op mijn wangen, zegt hij: “Dit is echt de béste vakantie ever, mam. Zullen we volgende zomer weer niet op vakantie gaan?” “Goed idee schat”, zeg ik. En boek om middernacht een trip met mijn lover. Precies in de periode dat mijn kinderen met hun vader in elk geval niet méér avonturen tegemoet gaan dan wij nu beleven, hier in onze verregende achtertuin.

Lees ook: “Neem gewoon verkering mam!”

Deel dit via:

, , , ,

No comments yet.

Geef een reactie