Menu

Oma’s oogappeltjes

3460349_sOoit waren we hun grootste trots, schepten ze over ons op, keken ze uren naar onze voorstellingen, deden ze strikjes in onze haren en lazen ze ons verhaaltjes voor. We waren hun oogappeltjes, hun alles. Ooit. Maar dat zijn we niet meer. We staan niet meer op de eerste plaats. Want we zijn keihard voorbijgestreefd. Door onze eigen kroost.

‘Waar zijn ze?’ m’n moeder duwt me nog net niet omver. Ze kijkt speurend over m’n schouder . Ik ben net gearriveerd bij m’n ouderlijk huis en kom tot grote teleurstelling van opa en oma als eerste over de drempel. ‘Aaaah daar zijn ze!!’ kirt ze met een stralend gezicht en galoppeert op m’n kleine monsters af. ‘Wat fijn dat jullie er zijn, oma’s schatteboutjes, kom maar lekker uit de auto. Weet je wat oma heeft gemaakt? Nou? Jullie lievelingseten: pannenkoeken!!!’ Ik krijg drie zoenen en een vluchtig: ‘alles goed meid?’ en dan gaat de aandacht weer terug naar haar lieve engeltjes. ‘Opa heeft de schommel alvast opgehangen en de trampoline staat er weer, ja kom maar lekker binnen!’

Hoogbegaafd, zeker weten

‘Kijk nou wat ze doet! Het is zo’n intelligent kind he!’ ik probeer een gesprek te voeren met m’n moeder terwijl opa op de achtergrond tot 20 aan het tellen is met z’n handen voor z’n gezicht. ‘Wie niet weg is wordt gezien!!!’ roept ie tot grote vreugde van m’n kinderen die duidelijk zichtbaar onder de tafel zitten. Oma kan haar aandacht maar moeilijk bij ons gesprek houden want die signaleert in het verstoppertje spelen allerlei kenmerken van hoogbegaafdheid. ‘Kijk dan hoe ze het aanpakt! Ze heeft het precies in de gaten hoor, die kleine van jou, dat kon wel eens gymnasium worden.’ Ik leg haar geduldig uit dat de Schoolresultaten daar nu niet direct concrete aanwijzing voor geven. ‘Nou dan zou je dat in feite eens moeten laten onderzoeken hoor, want dat ziet die school dan gewoon niet goed.’ M’n vader is inmiddels aangeschoven en knikt bevestigend. Als oma het zegt, dan is het zo. Die ziet dat soort dingen.

‘Ik heb een wagen volgeladen!’

En dan dat engelengeduld! Daar kan ik me niets van herinneren uit m’n eigen jeugd. Af en toe wordt er geSkypt. Aan mijn kant van het land zit dan een kind van vijf met een aandacht spanne van 2 minuten achter een iPad, aan de andere kant van het land zit een olijk paar zestigers druk te zwaaien en te zingen achter een laptop. Resultaat na 5 minuten: iPad ligt desolaat op tafel, kleinkind zit al drie minuten elders te loomen, en door de kamer schalt het tweede couplet van ‘wagen volgeladen’. Uiteraard probeer ik dit in goede banen te leiden en de andere engeltjes richting iPad te jagen en ondertussen probeer ik opa en oma te bereiken met ‘Pap, mam, ze zijn er niet meer hoor, pap joehoeoeoeoe! Ze zijn weg.’ Na een paar minuten dringt dat dan door als m’n moeder m’n vader aanstoot en zegt: ‘ik geloof dat ze er niet meer zijn, ik zie niemand meer.’ ‘’Huh wat?’ zegt m’n vader dan, nog druk met z’n armen aan het zwaaien.’

Met telelens op tribune

Die kleine monsters weten het ook gewoon. Toen m’n middelste ging afzwemmen belde die zonder gene opa en oma of ze kwamen kijken om 9 uur ’s ochtends. En die staan dan gewoon om 6 uur op en zitten met telelens vooraan op de tribune om 8.30 uur. En wat ik toen nog niet wist, zagen zij in een oogopslag: ‘die jongen kon wel eens professioneel zwemmer worden, ongelooflijk wat een talent! Heb jij dat wel tegen die badmeester gezegd?’

Deel dit via:

, , , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie