Menu

Relatiestatus: hopeloos

Door: Pien (41)

‘Doel van uw reis: zakelijk.
Status: gehuwd.’
Vriendin L. vinkt de vragenlijst op het visum aan op de automatische piloot en schuift het velletje argeloos terug naar de stewardess. “Waar wacht je op?”, zegt ze tegen me, terwijl ze nog een slok neemt van haar derde overprized gin-tonic. “Schiet op, we gaan genieten!”
Gehoorzaam zet ik mijn ballpoint op het lichtgele papier boven het wiebelige vliegtuigtafeltje.
‘Status: anders, namelijk:’, kruis ik aan, en vul in: ‘HOPELOOS’.

Briljant plan natuurlijk, een vriendinnenweekend in exotische sferen , nu we alle drie single zijn. Of, nou ja: L. is formeel getrouwd, maar in de praktijk al jaren gescheiden (“Kost alleen maar geld, die advocaten, en zo schuift ‘ie tenminste niet meteen een groen blaadje tussen de door mij aangeschafte lakens”), en S. verkeert structureel in een relatiecrisis. Ik ben de enige die sinds kort officiéél de status ‘single’ draagt, maar hier op tien kilometer hoogte, met wallen tot op mijn knieën door teveel werk- en wijnavonden, en een buik die door vijf opgeblazen vlieguren oogt alsof ik dertig weken zwanger ben, weet ik nog niet zo goed wat ik daarvan vind.

L. wel. “Neem jij de kamer met het tweepersoonsbed maar, Pien; pakken S. en ik de single beds in de logeerkamer”, jubelde ze toen ze onze tickets als cadeautje koppelde aan een zakentripje dat ze toch al moest maken. En vergeet geen handdoek aan de deur te hangen, schat. Voordat we onverhoopt de sitar van jouw Don Juan in volle glorie aantreffen.”

Vriendenprijsje van de schoolvader

Ik geef toe: de tickets zijn een godsgeschenk, en het appartement dat ik via een schoolvader heb kunnen regelen (“Vriendenprijsje, echt: álles om een alleenstaande moeder te steunen”), is ruim én ligt middenin het uitgaanscentrum. Het enige waar wij voor hoeven zorgen, is kinderen en hond onder de pannen brengen, en voldoende saldo op onze creditcards.

Tevreden check ik mijn bestedingsruimte en verheug me op vier dagen onbezorgde feestvreugde. Dan die ooglift maar een jaartje later, besluit ik; een investering in vriendinnen en gin-tonics, brengt me de komende periode waarschijnlijk meer geluk.

Dropcorrectie

“Kappen met sippen, Pien; nog drie kwartier tot landing!” S. geeft een tik tegen mijn knot vanuit haar vliegtuigstoel achter me en smijt met een strakke worp een zak drop in mijn schoot. “Hier. Nu het nog kan. Hijsen we er vanavond wel een corrigerende body overheen – als je die weet aan te houden, tenminste.”

De man aan de overzijde van het gangpad naast me, werpt een blik op mijn borsten en knikt veelzeggend. “Alsof jíj een kans maakt”, blaas ik inwendig. Niet te geloven: mijn vriendinnen smijten één keer met de termen ‘single’ en ‘handdoek aan de deurknop’, en er zit alweer een kerel te lonken.

Onwillekeurig denk ik terug aan mijn laatste trip, nog niet zo lang geleden. Met man, én relatiestatus. Niet dat ik naar die status nou zo smachtte: het single bestaan sinds mijn scheiding brengt me doorgaans louter voordelen. Toch blijft het ergens een tikkeltje treurig, constateer ik niet zonder gevoel voor drama, dat spoor van gebroken harten, dat meer dan zes jaar na mijn handtekening op de scheidingsakte met gemak strekt van de Randstad tot de Achterhoek.
“De Achterhoek is dichterbij dan je denkt, mop”, giert S. het uit, zich wel bewust van het inmiddels uitgekauwde onderwerp van mijn gemijmer. “Het is heel simpel: neem nu gewoon een leuke, en hou die. Kunnen wij ook nog eens op vakantie.”

Houd die kamer maar gesloten

Bijna een halfuur voor de geplande aankomsttijd, zetten we voet op buitenlandse bodem. S. heeft gelijk, denk ik: ik moet gewoon genieten. Niet zulke hoge eisen stellen waaraan toch geen man kan voldoen, en wat losser worden. Als ik mijn te zware trolley uit het bagagevak boven me grijp, bots ik tegen de wenker aan de andere kant van mijn gangpad.
“Ho, ho”, vangt hij me grijnzend op, “had je al die schoenen niet beter kunnen inchecken?” Iets te dicht buigt hij zich naar me toe, en geeft een kneepje in mijn bovenarm.
“Even serieus”, sis ik hem half nijdig, half flirtend toe, “probeer je dit nu echt?”
“Bij nader inzien: misschien heb je die handdoek helemaal niet nodig”, proest L. in het met passagiers volgestouwde gangpad achter me. “We beschouwen jouw kamer de hele reis wel gewoon als gesloten.”
De wenker lacht nog een keer uitgebreid en duwt een visitekaartje in mijn handen. Dan fluistert hij terug: “Veel plezier op jullie trip, dame. Maar voordat je naar buiten stapt: je bloes staat al de hele vlucht open.”

Lees ook: Je lijkt wel een bejaarde hippie

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een reactie