Menu

Trampolineparken zijn het nieuwe Tinder

Door: Pien (40)

Dankzij twee stuiterende prepubers ontdekt Pien (40) de heilige graal van het daten: trampolineparken.

‘Hè, wat, hoe laat is het?! Hebben we ons verslapen?’ Met één oog open en het andere in een onverbiddelijke staat van ontkenning gesloten, gluur ik van onder mijn dekbed naar mijn prepuber die me met woeste gebaren iets duidelijk probeert te maken. ‘Honger?’, probeer ik te ontcijferen, ‘om hálf zeven?! Doe normaal, het is zondagochtend! Pak maar een zak borrelnoten, weet ik het, maar laat me alsjeblíeft nog even slapen.’

Niet te geloven, denk ik, terwijl ik mijn dekbed over mijn oren trek: na schooltijd weet ‘ie moeiteloos een hamburger, zak chips én cola voor zichzelf te regelen, maar even zelf een boterhammetje smeren op dit onmogelijke tijdstip – ho maar.

De puber is nog geen twee minuten mopperend afgedropen – ‘Bij papa krijg ik anders wel gewoon een gebakken ei als ik dat wil’ – wanneer zoon twee stampvoetend voor mijn neus staat. ‘Hij kan ook nóóit eens even normaal doen!’, gilt hij. ‘Hij speelt de hele tijd de baas, ik mag niet één keer op jouw laptop en hij heeft natuurlijk weer het laatste stuk chocola opgegeten. Zijn vrienden vinden hem ook superirritant, want hij heeft Sem én Noah al wakker geappt.’

Wacht even. Mijn laptop? Chocola? Appen om half zeven op zondagochtend? Dit is mijn straf voor alle keren dat ik tegen ze jokte over bedtijd, en ze als kleuters zonder besef van de klok stiekem om kwart voor zeven ’s avonds al in bed schoof – ik weet het zeker. Slapen wordt niks meer zo, concludeer ik, en stipt om zes-uur-vijvenveertig ontwaak ik – met mijn hoofd nog in de kreukels – boven een kop koffie. Onbegrijpelijk: doordeweeks krijg ik ze op dit tijdstip hun bed niet uit geknuppeld en nu zijn ze zelfs eerder wakker dan de baby van de buren.

‘Hé mam’, bedenkt jongste olijk, ‘nu we toch zo’n lekker lange zondag hebben: kunnen we naar het trampolinepark?’ Alsjeblieft, niet dat ook nog, denk ik. Mijn enige stressvrije dag in de week, kan ik nóg tussen de stuiterende testosteronballen gaan zitten. ‘Laten we op z’n minst even wachten tot de zon op is’, grom ik, ‘en ik wil eerst de krant lezen.’

Frituurlucht en goedkope wijn

Het is één uur ‘s middags als ik de zesde ruzie beslecht, zeven tosti’s heb gemaakt, drie huiswerktoetsen heb overhoord en tot mijn schrik ontdek dat ik morgen een gierende werkdeadline heb. ‘Trek maar wat sportkleren aan, jongens’, besluit ik, ‘dan gaan we even springen.’ Het gegalm van gillende kinderen, frituurlucht en goedkope groothandelwijn klinken me opeens als muziek in de oren.

Met een tot de nok toe gevuld glas – kan mij het schelen want werk- en opvoedstress – schuif ik aan een tafeltje aan de rand van tl-verlichte kantine en klap mijn laptop open, als aan het tafeltje achter mij een vader met zijn dochters plaatsneemt en precies dezelfde handeling uitvoert. ‘Leuk hè, prepubers’, knipoogt hij. ‘Zeker in combinatie met deadlines’, grijns ik terug. Leuke vent eigenlijk, denk ik. Zou ik nou nooit naar rechts hebben geswiped op Tinder. We kletsen, en als na een uur dat voelt als vijf minuten de eindbel klinkt, geeft hij me zijn kaartje. Ik geef hem alleen mijn voornaam.

‘Zooo, vette sjans, mam!’, gilt oudste wanneer hij bezweet komt aanrennen. ‘Ja man, wat een player is dát dan!’, vult jongste aan. ‘Ik ben gewoon de bom, schatjes’, antwoord ik en negeer hun rollende ogen. Twee minuten later bliept mijn telefoon: de trampolinevader heeft me gevonden op LinkedIn. Tekst: ‘Trek in een tweede wijntje samen?’

Single met een roze mandje

‘Caro, ik zweer het je: trampolineparken zijn het nieuwe Tinder’, zeg ik als ik haar een paar uur later aan de telefoon heb. ‘Echt, daar moet je zijn. Speelparadijzen niet; die vaders – jonge kinderen, weinig slaap – zijn allemaal nog onder de pannen. Bij de trampolines zitten de vaders met oudere kinderen, en vergane huwelijken. Die hopen daar in hun zorgweekends wat werk gedaan te krijgen zonder gezeur van koters aan hun kop. Zo’n laptop is eigenlijk gewoon een chique manier om duidelijk te maken: Hallo, ik heb een goeie baan én ik ben single, want anders had mijn partner hier wel gezeten, zodat ik even kan werken.’

Opeens voel ik me net de single in de Jumbo met het roze kijk-mij-eens-vrijgezel-zijn boodschappenmandje. Maar ach, who cares, denk ik. ‘Heb jij over twee weken ook je dochters weer?’, mail ik terug naar mijn springparksjanser: ‘Ik zit er om twee uur.’

Lees ook: 24 dingen die je denkt als je 40 wordt

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een reactie