Menu

“Veel dank aan alle ouders die voor de plantjes hebben gezorgt.”

Door: Caro (44)

Zuchtend staar ik naar m’n scherm. ‘Veel dank aan alle ouders die voor de plantjes hebben gezorgt’, schrijft juf Maaike aan alle ouders van groep zes. Om te laten zien hoe blij ze is met de foutief gespelde maar goed verzorgde plantjes, heeft ze zeven smileys toegevoegd.

Ik app ex of ik een verbeterde e-mail terug kan sturen naar de juf die tenslotte toch als schone taak heeft om onze kinderen de spellingsregels te leren. ‘Als je graag wil dat onze dochter voor eeuwig de verfpotjes moet schoonmaken, dan zou ik het zeker doen,’ is zijn reactie.

‘Ik snap sowieso niet waar je je druk over maakt,’ schampt oudste dochter (15) vanaf de bank. Jij zit ook altijd zo anaal te doen over mijn spelling. De enigsten die zich daar nog druk om maken zijn jij en die vrouw van Nederlands.’

‘Enigen,’ verbeter ik. ‘En het maakt wél uit. Als jij later een sollicitatiebrief vol “dit is me droombaan” en “ik vind werken in jullie bedrijf minder anaal als niks doen” schrijft, werk je op je 40e nog steeds als vakkenvuller.’

‘Ja, in de jaren tachtig misschien,’ reageert dochter. ‘Maar alles is nu anders. Ik stuur tegen die tijd gewoon een vlog of een appje en hupsakee: aangenomen. En dan geef ik jou af en toe wat crypto’s omdat jij dan nog steeds super arm bent. ’

‘Heel sympathiek van je,’ sneer ik terug maar ze hoort het al niet meer.

Even later als ze de kamer uit is, informeer ik bij zoon (13) hoe hij tegen het fenomeen ‘spelling’ aankijkt.

‘Tja…’ mompelt hij ontwijkend. ‘Hoe kan ik jou dit nou het beste uitleggen… ’

‘Zeg het maar gewoon.’

‘Niemand geeft een fucks om spelling. Sorry.’

‘Nee, dat is me wel duidelijk nu. En fuck is dus tegenwoordig in meervoud?’

‘Mám, please!’

‘Goed nieuws! Ik sta een 3,6 voor Nederlands.’

Die middag komt oudste stralend thuis. ‘Let op, mam! Ik sta een 3,6 voor Nederlands. En dan denk je misschien van “ai, ai, niet zo goed” maar dat is dus goed nieuws. Want ik heb besloten dat ik er iets aan ga doen. Ik heb tegen die vrouw van Nederlands gezegd dat spelling helemaal jouw ding is en nu mag jij mij helpen met het kofschip en dt. Dus hoe zit dat met het kofschip en die dt?’

‘Doe anders eerst even je jas uit,’ stel ik voor maar dan gaat ergens in de jas een telefoon. ‘Jo!’ brult dochter in haar telefoon tegen iemand die ze op speaker aanneemt. ‘Ik sta hier met m’n moeder. Over dat schip weet je wel?’

‘Oké,’ schreeuwt iemand terug.

‘En over dt. Ze gaat het nu uitleggen en dan heb ik straks geen skeere cijfers meer voor spelling. ’

Die dt-regel is best wel lit

‘Oké,’ begin ik even later terwijl dochter zowaar met pen en papier tegenover me zit. ‘Wat allereerst belangrijk is, is dat de dt-regel niets met het kofschip te maken heeft.’ Dochter begint te schrijven. ‘Kijk, de dt-regel gaat over de tegenwoordige tijd en …’

Na een half uurtje heeft ze haar hele papier volgekliederd met regels en knikt driftig bij de voorbeelden. ‘Ik dacht dus eerst steeds van “Hoe dan?” maar nu denk ik echt van “Makkie dit!” Als die vrouw op school het nou zó had uitgelegd in de eerste, dan snapte ik het al vier jaar.’

Ik knik. ‘Valt best mee toch?’ zeg ik blij. Ik heb het goed uitgelegd, denk ik trots. Zelfs beter dan de docente Nederlands.

‘Mag ik dan nog even één ding vragen? Want wat ik nu nog niet helemaal begrijp is, wanneer is “brood” nou met een d en wanneer met dt?

Lees ook: Wij zijn geen rijdende lama’s en andere opvoedkundige regels

Deel dit via:

, , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie