Menu

Veertigers op reis….

Door: Anna (45)

Backpacken
Het is lang geleden dat ik als backpacker over de wereld trok. Na m’n studie lifte ik ruim vier maanden door Afrika met een vriendin. Dat is ruim 20 jaar geleden. Nog steeds kan ik een gevoel van vrijheid oproepen, als ik aan die reis denk. Het niet weten waar je naar toe gaat, de spontane bestemmingen, het vertrouwen, het avontuur.

Met vriendinnen weekje weg
Nu gaan we sinds een aantal jaren ieder jaar een weekje met vriendinnen op vakantie. Om echt bij te praten. Daar zijn we mee begonnen toen de jongste van onze kids naar school ging. Eenmaal alle kinderen op school begint er toch een nieuwe fase. Na jaren ploeteren, doorwaakte nachten, vieze luiers en peuters die je geen minuut uit het oog kunt verliezen, krijg je weer wat meer vrijheid. En aandacht voor jezelf.
Het is niet voor niets ook de tijd van de ene na de andere relatiecrisis. Tja, het weinige contact en gebrek aan seks, kun je niet langer wijten aan luiers en tropenjaren…. Maar goed. Op zich heeft dit laatste niets te maken met onze jaarlijkse vriendinnen vakantie, behalve dan dat we het zo’n week uitgebreid over dit soort dingen hebben. 

Avontuurlijker
De afgelopen jaren gingen we altijd naar Ibiza. Samen met heel veel andere 40+ vriendinnengroepjes. Op Schiphol zag je allemaal dezelfde types inchecken: grote zonnebrillen op, soja-latte in de hand. Op Ibiza kwam je elkaar, in dezelfde populaire restaurants, strandjes en bij het groepslesje yoga, steeds weer tegen. Dit jaar besloten wij het een keer anders te doen.

Op weg naar Afrika
En dus vertrokken we vorige week, voor een weekje Kite-surfen naar Zanzibar. Ik vond het super leuk: om te leren surfen én om weer naar Afrika te gaan. Oké, ik verwachtte Zanzibar een stuk toeristischer dan 20 jaar geleden. Maar ik hoopte toch een klein beetje het vrije gevoel van het oude backpacken terug te krijgen, ook al had niemand een rugzak mee.

Samsonite backpackers
Sterker nog, als Samsonite-backpackers hadden we dus wél een hotel met zwembad. En hadden we de taxi naar het hotel van te voren geregeld.
Eerst vlogen we naar Nairobi. Daar aangekomen, moesten we twee uur wachten. Bij de gate die op onze boardingpass stond, was het niet al te druk. Een kwartier voor vertrek, zaten er nog steeds slechts 5 mensen te wachten. 

Géén Afrikaanse flubber-broek
Eén meisje, duidelijk een ervaren reizigster, gezien haar losse flubber-broek met Afrikaanse print, zat druk te doen op haar telefoon. “Help me mezelf ervan te weerhouden ook zo’n soort broek te kopen”, fluisterde ik tegen vriendin. Ik ken mezelf. Als ik op reis ben in een vreemd land, ben ik geneigd te denken dat lokale producten echt leuk zijn. Zo’n lekkere, losse broek lijkt me dan opeens heel praktisch en enig op het strand. Na m’n vorige reis door Afrika, kwam ik niet alleen thuis met zo’n broek, maar ook met diverse Afrikaanse tuniekjes, Afrikaanse beelden, een houten schaakspel en een handgemaakte Afrikaanse stoel. 

Bijpraten
Goed. Het meisje in de reizigers broek, veerde op, keek ons aan en riep: “We are at the wrong gate”. Inderdaad was het best vreemd dat er 15 minuten voor vertrek nog geen grondstewardess te bekennen was. Maar wij waren te druk met bijpraten om echt goed op te letten. Gelukkig bestonden er nog echte backpackers. Opgelucht liepen we achter haar aan naar de nieuwe gate. Daar kregen we een nieuwe boardingpass, en werden we door de Keynesiaanse stewardess haastig de slurf in gedirigeerd. Het vliegtuig naar Zanzibar vertrok bijna.

Stone Town is gegroeid in 20 jaar
Het was een korte vlucht. Toen de landing werd ingezet keken we nieuwsgierig uit het raam. In mijn herinnering was Stone Town, de hoofdstad van Zanzibar, niet zo heel groot. Ik was verbaasd over alle lichtjes die ik zag in het donker. “Het aantal bewoners is nogal gegroeid in 20 jaar” zei ik. Vriendin naast me zei: “Ik ben alleen maar blij dat de vakantieman niet meer bestaat. Want als ze mij een wereldkaart voor zouden houden en ik moest Zanzibar aanwijzen, dan had ik geen idee” “

Visum en taxi regelen
Precies op tijd, om 01.15 uur stond het vliegtuig op de grond. We waren er. Eindelijk. Eerst moesten we natuurlijk nog wel even een visum regelen. Op z’n Afrikaans. En dat betekent: lange rijen, met heel veel douane beambten die allemaal je paspoort moeten zien. Enfin, ruim een uur later een visum rijker en 50 dollar armer, waren we er echt. 

Toen we het vliegveld uitliepen op zoek naar onze taxi-chauffeur zagen we niemand met onze naam op een bordje. “Wat zullen we doen? Zelf een taxi regelen of nog even wachten” overlegden we. Een Nederlands meisje, begin twintig, dat uit hetzelfde vliegtuig kwam vroeg ons waar we heen moesten. “Naar Paje, we gaan surfen”, zeiden we, bijna trots. Ze keek ons vreemd aan. “Dat ligt toch op Zanzibar?”. “Ja” zeiden wij. “Eehh”, vervolgde ze: “dit is Dar es Salaam”

NEEEEEEEEEEE!!!!!

Deel dit via:

, , ,

No comments yet.

Geef een reactie