Menu

Verliefd op de supermarktman #nieuweliefde #pubers

Door: Pien (40)

Tijdens de weekboodschappen bij de plaatselijke grootgrutter, treft single mom Pien zomaar een leuke man tussen haar wijn en preistengels.

We kwamen elkaar al maanden tegen, de supermarktman en ik. Steevast op zondag, tien minuten voor sluitingstijd. Wanneer we ons – onafhankelijk van elkaar, maar in exact dezelfde zondagmodus – weer eens met een schok hadden gerealiseerd dat er geen kruimel brood in huis was voor de kinderen. Of piratenkoeken, echt onmisbaar in broodtrommels – ook als één van die kinderen ‘al’ twaalf is. Er nog iets moest gebeuren met avondeten. En wijn. Vooral die wijn, natuurlijk.

‘Die fles wijn gaat je niet bellen, hoor’

Dus daar trof ik hem, in gangpad vijf, zich niet bewust van mijn aanwezigheid. Met zijn neus richting de sauvignon blanc en zijn telefoon in z’n hand. “Die fles gaat je niet bellen hoor”, sprak ik, een tikkeltje jolig. “Jij nu eindelijk wel?”, zei hij. En zo kwam het – discreet samengevat – dat de supermarktman die tot dan toe alleen een aantrekkelijk raadsel was (want: getrouwd natuurlijk. Of een vreemdganger. Want hoe loopt zo’n leukerd nou los?), niet alleen naar huis ging met een fles sauvignon en een éénpersoonsbox sushi, maar ook met mijn telefoonnummer. Waarop onze eerste date nog geen week later volgde. En de tweede. De negende. Plus een weekendje weg, twee maanden later, gevolgd door de dertigste borrel en het zoveelste etentje.

“Ik dacht dat jij klaar was met de kerels?”, grijnst vriendin C., wanneer ik mijn gescharrel van de afgelopen weken opbiecht. Ze tikt haar derde Sancerre achterover en giert: “Ik hoor het je nóg zeggen, Pien. ‘Alsof ik dat nog doe, een man. Hoeveel mannen kun je in godsnaam bij je kinderen introduceren na je scheiding? Straks denken ze dat dat normaal is. Worden het van die players later. Het zijn tenslotte wel jongens. En best wel bijna date-rijp, met hun negen en twaalf jaar. Ze zijn er steeds vroeger bij tegenwoordig.’” Met een zwaai draait ze zich om op haar barkruk. “O, ober, doe haar nog een flesje, er mag nog wel een litertje rede in.”

Jammer van die compromislaminaatvloer

“Deze is echt leuk”, piep ik. “En normaal. Zonder tics en rare verslavingen enzo, of donkere karaktereigenschappen. Is toch een geruststellende gedachte, dat de wereld dus toch niet gedoemd is ten onder te gaan aan klootzakken?” Veiligheidshalve, om niet nog kwijleriger over te komen dan ik al doe, laat ik maar achterwege dat ‘ie ook nog een leuke en lieve vader is voor zijn kinderen. Toch sexy, vind ik. En praktisch, met het oog op oppas en begrip bij pedagogische noodgevallen.

Dat ik deze nou niet vijftien jaar eerder ben tegengekomen, peins ik ondertussen. Had me een ellendige scheiding en een afzichtelijke compromislaminaatvloer bespaard. En stukken harder laten lachen, ook. Maar ja, dan had ik ook deze heerlijke kinderen niet gehad. Ik bedoel, mijn ex was ook best leuk. Tóen. Voor zover ik dat kon beoordelen met mijn totale gebrek aan zelfkennis en levenservaring.

“Shit Pien”, lacht C. onverstoorbaar verder, terwijl ze door de foto’s op mijn telefoon scrollt. “Hij doet het wel ontzéttend goed op Instagram.” Ze heeft gelijk: hij is nog lekker ook. Niet van levensbelang, maar wel prettig. Ik moet er tenslotte wel om het weekend tegenaan kijken. Vooruit, en tussendoor een keertje.

Stiekem verslaafd aan kanten damesslipjes

Dankbaar schenk ik onze nieuwe fles uit. “Joh”, zeg ik, “over een paar maanden ontdek ik vast iets afschuwelijks. Dat ‘ie toch stiekem vreselijk snurkt, bijvoorbeeld. ’s Winters verwassen witte hemden draagt. Een verstopte verslaving heeft aan zo’n sexloze e-sigaret, kanten damesslipjes of iets echt heel engs en schadelijks. Of elke zaterdagochtend de kortingsbonnen uit supermarktmagazines knipt, voor boter en één of ander niet te vreten superfoodzaad. En dat ‘ie die dan allemaal op datum gesorteerd bewaart in een Tupperware-bakje op de koelkast, om ze exact op datum zonder gêne in te wisselen bij de kassa.”

Ik kende ooit dus echt zo’n man.

“Erger nog: straks ontdekt ‘ie dat soort trekjes van jou”, giert C. het uit. O god. Daar had ik nog niet over nagedacht. Is ‘ie míj opeens spuugzat. Kan natuurlijk ook. En dat hij me dan zonder pardon aan de kant zet. Wraak van de kosmos voor hoe ik met mannen ben omgegaan, in de afgelopen jaren. Krijg je dat weer: ‘Niet-meer-single-mom Pien heeft liefdesverdriet na de supermarktman.’

“Weet je wat”, zeg ik stoer: “Ik ga deze gewoon eens een tijdje houden.” Ik meen het nog ook. Mannen die je laten lachen, zelfs met een beugel de mooiste vinden, elke sombere bui weer vrolijk praten en met een krat experimentele paddenstoelen, kool en specerijen op je stoep staan, in plaats van bloemen (“Lachen. Gaan we proberen. Hier heb je wijn, waar staan je pannen?”), moet je koesteren.

Die avond kruipen zonen schoon gedoucht op de bank in mijn armen. “Wanneer neem je nou eindelijk eens verkering, mam”, zegt oudste. “Vergis je niet: je bent al véértig, hè.” “Ja, mam”, valt jongste zoon hem bij: “Straks word je net zo eenzaam oud als oma.” “Nu, jongens”, antwoord ik. “Ik hoorde dat er in de supermarkt een ontzéttend leuke man in de aanbieding is.”

Lees ook: “Neem gewoon verkering mam!”

 

Deel dit via:

, , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie