Menu

Waar gaan wíj in de herfstvakantie eigenlijk naar toe?

Door: Esmee (43)

‘Mama, waar gaan wíj eigenlijk naar toe in de herfstvakantie?’

We zitten in de auto onderweg naar de theaterles van jongste; ik achter het stuur, dochter van 8 naast me en op de achterbank drie meisjes van 8, haar theatervriendinnen. Het is de laatste dag voor de vakantie.

Bij oma logeren is the bomb

‘Wij gaan niet samen weg deze vakantie liefje, ik moet gewoon werken volgende week. Maar jullie gaan gezellig een paar dagen logeren. Bij oma.’

‘LEUK!’ zegt dochter enthousiast. Vanaf de achterbank klinken geluidjes: bij oma logeren lijkt ze allemaal wel wat.

‘Wij gaan deze herfst naar de Canarische Eilanden,’ verzucht de middelste op de achterbank. ‘Alwéér dus. Gingen we vorig jaar ook al naar toe.’ De andere dames knikken begripvol. Dat is wel stom, dat je ouders dan weer hetzelfde land kiezen. Maar er is wel een zwembad. Dat is dan wel weer leuk.

‘Wij gaan naar Euro Disney,’ zegt de linker van het stel. ‘En dan ga ik zes keer in de Space Mountain en dan mogen we ook in dat hotel van Mickey Mouse, die is daar dan zelf ook en die ontbijt samen met ons.’ Wow. Dat is pas vakantie. Wat ontbijten muizen eigenlijk?

Daar wonen toch kangoeroes?

‘Wij waren daar met de kerstvakantie,’ verzucht de linker op de achterbank. ‘Mijn moeder zei toen steeds: “dat doen we dus nooit meer in de vakantie.” Vragend kijk ik in mijn achteruitkijkspiegel. ‘Het was veelste druk’ zegt het meisje. ‘We moesten overal wachten. Mijn moeder had nog speciaal van die passen gekocht, hele dure, maar toch moesten we steeds in de rij en dat vond ze heel irritant. Ze zei dat ze beter oma mee had kunnen nemen, die is veel geduldiger.’ De meisjes lachen. Ik begrijp die moeder en voel medeleven. Jeetje, ga je naar Euro Disney, hoef je niet naar de supermarkt die week maar sta je de hele week in de rij bij de Space Mountain. Arme moeder.

Mijn dochter draait zich om vanaf de voorstoel. ‘Wij gaan volgend jaar naar Zeeland in de meivakantie. Dat ligt bij Australie.’ Zo. Nu heeft ze de aandacht van de achterbank. ‘Daar wonen toch kangoeroes?’ zegt de Canarische eiland-vriendin. ‘Zeker,’ vervolgt jongste. ‘En het is er ook heel warm. En we moeten heel lang in het vliegtuig en …’

Ik besluit in te grijpen. Het dringt tot me door dat ik haar topografische kennis beter had ingeschat. ’Uh, in de meivakantie gaan we naar Middelburg in Zeeland, dat is een provincie van Nederland, we gaan dan gewoon met de auto hoor. Je bent in de war met Nieuw Zeeland.’

Oma woont maar 150 kilometer verderop

Dochter kijkt me verward aan. ‘Niet bij Australië?’

‘Nee, Zeeland ligt gewoon in Nederland.’ Even is ze stil. Dat valt even vies tegen. Maar dan vervolgt ze: ‘Nouja, volgende week ga ik dus wél echt heel ver weg. Dan moeten we echt super lang in de auto. En warme kleren meenemen, want we zijn daar altijd veel buiten.’

Verbaasd kijk ik haar aan. Waarom fantaseert ze toch zo veel, dat kind van mij. Belerend wil ik alweer gaan uitleggen dat ze naar oma gaat, die 150 kilometer verderop woont. Maar dan zegt ze: ‘Mijn oma woont in Twente. Dat is wel in Nederland, maar het is eigenlijk echt een ander land, want ze spreken daar een andere taal. En het is daar heel rustig met veel vogels en bos enzo.’

En daar heeft dat kind van mij dan wel weer een goed punt. Je hoeft niet altijd de grens over om een vakantiegevoel te krijgen; dat kan ook gewoon bij oma.

Lees ook: Over een moeder die naar een feestje gaat…

Deel dit via:

, , , ,

No comments yet.

Geef een reactie