Menu

‘Zelf ging je altijd voor een zesje’

Door: Pien (40)

“Jemig, ik snap echt niet waar jij zo over loopt te stressen.” Zoon (12) gooit de controller van zijn Xbox aan de kant en smijt zijn schoolboeken met een harde klap op tafel. “De proefwerkweek begint pas overmorgen; hoezó moet ik nu al leren? Je bent echt een stresskip.”

Ik knik begrijpend. Het is natuurlijk ook belachelijk, een heel trimester aan toetsstof in je hoofd stampen in twee middagen; een beetje brugklasser doet dat gewoon in tien minuten.

“Trouwens, deze toetsweek is echt vét makkelijk”, vervolgt hij. “Nederlands is alleen maar tekstverklaren en Engels spreek ik elke dag al in GTA en Fortnite. Die leraar denkt echt dat ‘ie belangrijk is, maar ondertussen kunnen wij meer woorden dan hij.”

“Kennen”, zeg ik. “Jullie kénnen meer woorden.”

“Whatever”, snuift zoon.

Eén woord Engels zit in elk geval geramd, dat is alvast een hele geruststelling.

“Weet je wat”, probeer ik, “laten we eerst samen een planning maken, dan doe je daarna een oefentoets wiskunde; dat cijfer mag je wel wat ophalen. Waar is je agenda?”

“Die gebruik ik niet.”

“Die… pardon, wát?”, zeg ik. “Wat bedoel je: ‘die gebruik ik niet’? Als je alles zo goed kon onthouden, stond je er nu wel wat beter voor, qua cijfers. Hoe weet je dan wat je voor wanneer moet leren?”

Zoon haalt zijn schouders op. “Nou, gewoon, Magister.”

Meteen door naar het eindexamen

Ongelovig open ik de app op mijn telefoon. Ha, precies wat ik dacht: alles staat erin, behálve de stof en het rooster voor de repetitieweek. Triomfantelijk schuif ik de lege pagina’s in het programma onder zijn neus. “Nou, dat is zéker vet makkelijk”, zeg ik. “Zal ik dan maar meteen je eindexamen aanvragen?”

“Mám!”, roept zoon, “doe nou even niet alsof je zo slim bent; dat rooster mailen ze altijd. Maar die leraren zijn zo dom, dat ze dat nog steeds niet hebben gedaan.”

Twee dagen voor de repetities? Dat lijkt me sterk. Met een ruk trek ik zijn laptop naar me toe en scroll door zijn schoolmail. Daar staat het, drie weken geleden: het volledige programma.

“Ja, duh: daar klopt toch niks van”, zucht zoon. “Ze zetten er maar wat in; in de lessen hebben we nog niet eens de helft behandeld. O, en de leraar aardrijkskunde zei zelf al dat ik niet hoefde te leren voor zijn toets, omdat ik het echt kapot goed ken. Bovendien: ik laat het toch vallen.”

“Dat laten vallen kan op z’n vroegst pas na de derde, zullen we eerst eens kijken of je de brugklas haalt?”, reageer ik zo rustig mogelijk. In werkelijkheid ben ik een zenuwinzinking nabij. Zoon op zijn beurt blijft ijzig kalm. “Hallo, ik sta bijna een zes-komma-acht hoor, dat is nog altijd beter dan jij. Zelf ging je vroeger altijd voor een zesje, dat heb je zelf verteld. En jij hebt nu ook gewoon een goede baan. Dús.”

Grasmaaien rond de familie-mansion

Niet te geloven. De vervoeging van être en avoir kan ‘ie niet onthouden, maar een pedagogisch bedoeld moment van openheid dat minstens drie jaar geleden plaatsvond, staat in zijn geheugen gegrift.

Jongste (10), al drie weken slapeloos vanwege de Entreetoets die om sadomasochistische redenen van hogerhand op precíes dezelfde dagen valt als de repetitieweek van oudste, kijkt geamuseerd toe. “Wow, goed zeg, wel bíjna een zes-komma-acht”, mengt hij zich in de discussie. “Ik sta een negen-komma-twee gemiddeld. Maar je mag later altijd het gras rond mijn mansion komen maaien hoor”, grijnst hij, “óók een supergoeie baan.”

“Jij bent echt een kaulo nerd”, snauwt oudste.

“Kaulo?”, vraag ik.

“Ja, zoek maar eens op wat dát betekent”, grijnst zoon, “die taal spreek ik mooi beter als jou.”

“Dan jij”, zeg ik.

“Boeien”, antwoordt zoon. “Ga ik nu even die repetitie Nederlands nailen; als ik voor een zesje ga, praat ik straks net zo ouderwets als jij.”

Lees ook: Hoezo mag ik geen feest geven als jij weg bent?

Deel dit via:

, , ,

No comments yet.

Geef een reactie