Menu

ZOMERVERHAAL: Te groot voor het springkussen, te klein voor discozwemmen. Op vakantie met een in-betwener

Wine-up is deze zomer van iedereen!

Vakantie, met veel wijn en pubers die de hele dag in je buurt hangen, is over het algemeen een grote inspiratiebron voor mooie, grappige en herkenbare verhalen. Wij vroegen onze lezers hun verhalen in te sturen. Vandaag het verhaal van Juliette Rosenkamp (35).

Te groot voor het springkussen, te klein voor discozwemmen: Op vakantie met een in-betwener

‘Mag ik een broodje chocopasta?’ roept mijn zoontje vanaf de bank.
‘Ja, dat mag,’ zeg ik.
Vervolgens blijft het stil. Mijn zoontje verroert zich niet. Het enige wat ik hoor zijn de schietgeluiden op zijn I-pad.
‘Oh,’ zeg ik na een poosje, ‘je bedoelt te vragen of ik een broodje chocopasta voor je wil máken?’
Het komt er nog sarcastischer uit dan ik bedoel. En ik bedoelde het al zeer sarcastisch.
Met een zucht komt mijn negenjarige in beweging. Nog half op zijn scherm kijkend loopt hij naar het keukentje van ons vakantiehuis. Welgeteld vier stappen.
‘En denk je dat dat gaat lukken, Sam? He-le-maal zelf het brood en de chocopasta pakken?’ vraag ik. Mijn zoontje grijnst. ‘Ik hoop het wel, mama,’ zegt hij met een kinderachtig stemmetje.
Mooi. Hij begrijpt in ieder geval mijn humor.

Had ik maar een puber …

Tevreden duik ik weer in mijn online tijdschrift en neem een slok witte wijn. Ik lees verhalen waarin moeders van pubers verslag doen van helse vakanties. Kids die het allemaal maar saai vinden. Geen wifi hebben. Liever op een lawaaicamping zitten in een schreeuwerige Spaanse badplaats.
De herkenning die ik vind in de verhalen is groot. Ook mijn kind heeft meer interesse in de internetmogelijkheden dan het prachtige uitzicht, vindt uiteten gaan prima, zolang het maar kort en krachtig is en er hamburgers zijn en is niet te porren voor een flinke stads-, bos- of strandwandeling.

Er is alleen één maar: ik heb geen puber. Mijn kind is negen. Dus de tips die ik tussen de regels door lees, zijn niet toepasbaar. Ik kan mijn kind níet ’s morgens afzetten op een nabijgelegen camping waar discozwemmen en paintballen georganiseerd wordt, om vervolgens zelf cultuur te gaan snuiven in dat pittoreske dorpje vijftig kilometer verderop. (Of eigenlijk: om na een half uur slenteren door dat dorpje op een terras neer te strijken en eens in alle rúst een halve liter wijn weg te nippen.) Dergelijke activiteiten zijn vanaf twaalf, veertien of zelfs zestien jaar. Dat discozwemmen dan, hè. Niet dat wijn nippen op een authentiek Italiaans pleintje.
Ook zou het onmogelijk zijn om ’s avonds een stuk te gaan wandelen en hem alleen in het vakantiehuis achter te laten. Daarvoor is hij nog net te jong. De kans dat hij na een half uur alleen thuis paniekerig opbelt om te zeggen dat hij bang is, is namelijk om en nabij de 100%.

De ‘in-between-leeftijd’

Kijk, mijn zoon is een semi-puber, die in het kielzog van mama stoer staat te doen tegen andere kinderen op het springkussen. Die wél de concentratie heeft om twee uur non-stop te gamen, maar niet om zijn veters te strikken. Die zijn eigen haar met veel gel strak naar achteren kamt en per definitie niet wil dat ik zijn haren doe – ‘want dan zie ik eruit als een nerd, mam’. Maar ’s avonds wil hij wel voorgelezen worden. En hij wil dat ik stemmetjes doe met de knuffels.
Ik noem het de ‘in-between-leeftijd’.
Geen klein kind meer, maar ook nog geen echte puber.
De ene helft van de dag realiseer ik me hoe groot hij al is en hoeveel hij al zelf kan. De andere helft van de dag (en nacht!) ontpopt hij zich weer tot een weerloze kleuter. Deze in-between-leeftijd brengt voordelen met zich mee, zoals: hij kan een boodschap voor me halen, lacht om mijn grapjes, zet perfecte koffie en schoont mijn telefoon op als die vastloopt, maar ook de nadelen zoals je die reeds ervaren hebt in die tijd dat je kind nog echt een handenbindertje was en je aandacht volledig opeiste. Zo kan het dus gebeuren dat ik soms mijn geduld verlies, omdat mijn kind continu in mijn aura staat te tetteren, terwijl ik me probeer te make-uppen. (Zal je met een puber niet vaak meemaken. Die staan het liefst zo ver mogelijk bij je vandaan.) Maar het kan ook gebeuren dat ik half in paniek ben als hij zelf naar een vriendje toe fietst en ik opgelucht ademhaal als ik een App’je krijg, dat-ie er is. (Zal je met een puber wel meemaken. Alleen krijg je het App’je dan veel te laat. Of niet.) Ik schipper constant tussen het loslaten en vasthouden. Zelfstandig maken versus begeleiden. Ik ben als de dood dat hem iets overkomt, maar tegelijkertijd wil ik niet dat hij zo’n zeikkind met karnemelksnor wordt, dat met een helmpje op fietst, de godganse dag klaagt over pijntjes en alles verklikt aan de juf. En dus ik doe maar wat, zoals alle andere normale moeders, in de hoop dat het allemaal goedkomt.

Potje midgetgolfen en lekker bowlen met mama

En terwijl we op vakantie zijn in dit kindvriendelijke vakantiepark, waar mijn zoontje tot vorig jaar nog de grootste lol had in de speeltuin, op de knutselclub en in het op-kleuters-gerichte zwembad (waar je per definitie oorontsteking krijgt van het troebele pieswater), heeft hij tot nu toe zijn vrije tijd voornamelijk doorgebracht op de bank. Met een beeldscherm. Want ín het huisje is wifi. Daarbuiten niet.
Ik heb hem een aantal keer meegesleurd om een potje te midgetgolfen en te bowlen alsook heb ik hem gesommeerd een potje te springen op het springkussen, gezellig met de andere kinderen, terwijl ik op het naastgelegen terras zat met een glas wijn, me afvragend wat de andere ouders bezielde om een groene ijsthee of latte te bestellen. Hoe dan ook, deze twee weken op een gezinsvriendelijk park, waar van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat dreinzende kinderen rondrennen, heeft me een godsvermogen gekost. En dat komt door de Vele Faciliteiten. Waar mijn in-betwener dus absoluut geen gebruik meer van maakt. In een jaar tijd kan er een hoop veranderen.

Volgend jaar gaat alles anders

Als Sam met zijn broodje chocopasta naast me neerploft, zeg ik hem dat ik zo wat boodschappen ga halen bij het winkeltje. Zoals pizza en knakworsten.
‘Yes!’ roept hij.
‘Je mag wel even alleen hier blijven,’ stel ik voor. ‘Ik ben met tien minuutjes terug.’
Maar Sam schudt zijn hoofd. ‘Nee, ik wil met jou mee, mama,’ zegt hij.
Op dat moment neem ik me voor om het volgend jaar anders te doen. Een privéhuisje aan zee, met wifi. Waar Sam de godganse dag kan gamen en ik de deur uit kan lopen in bikini om met een groot glas koude witte wijn aan mijn eigen strand te liggen. Dan ben ik dichtbij hem, maar toch ver genoeg om wat persoonlijke ruimte te creëren.
Ik blij, mijn in-betwener blij.
Of ik neem mijn beste vriendin mee, met haar kids. In-between-kinderen kunnen zich samen, in tegenstelling tot echte pubers, nog wel uren vermaken. Met Lego en walkie-talkies enzo. Iets wat over, pak ‘m beet, een jaar of vier waarschijnlijk niet meer zal gebeuren. Dan staan ze te hossen in een oververhitte minidisco op de nabijgelegen lawaaicamping. En God mag weten wat daar allemaal gebeurt. Dan zal ik terugverlangen naar de tijd dat mijn kind nog een in-betwener was en ik broodjes chocopasta voor hem mocht smeren.

Meedoen?
Heb jij ook een zomerverhaal dat een podium verdient op Wine-up? Stuur het ons! Lees hier hoe je mee kunt doen.

Lees ook: Vijftigers met kleuters.

Deel dit via:

,

No comments yet.

Geef een reactie