Menu

Zoon heeft een horrorvriendje

 

Door: Pien (39)

“Hé!”, schalt door mijn achtertuin. “Hebbie geen chips? Wat een stomme moeder heb jij, joh!” Het onvermijdelijke is gebeurd: oudste zoon (11) heeft een horrorvriendje.

De afgelopen elf jaar van mijn leven bracht ik door in een glorieuze staat van onwetendheid. Al sinds onze kinderen naar het kinderdagverblijf gingen, klaagden vriendinnen steen en been over de vriendschapskeuzes van hun kroost. “Echt Pien, volgende keer als Bennie komt spelen, tik ik eerst twee portjes achterover”, zeiden ze dan. Of: “Als dat rotjoch mijn zoon nog één keer met zijn gezicht in de zandbak duwt, geef ik hem een mep met de schep.” Ik niet. Pure aanstellerij, vond ik hun geklaag. Reuze gezellig toch, zo’n huis vol spelende kinderen? Goed, de puinhoop na afloop was niet te overzien, maar mijn kinderen moesten en zouden opgroeien tot sociaal sterke wezens. Met vriendschappen die ze zelf kozen, zonder mijn inmenging. En dat lukte aardig. Want op een incidentele mismatch na, die na één mislukt speelafspraakje vanzelf wel weer doodbloedde, was hun keuze in vriendjes werkelijk uitmuntend.

Terror-tiener

Tot de eerste warme woensdagmiddag van dit jaar dus, en oudste zoon thuiskomt – hoe hij het verzint snap ik ook niet – met de terror-tiener uit de buurt.

Ik zit te werken achter mijn laptop in een bijna serene stilte, wanneer ik na schooltijd de tuindeur hoor klepperen. Nog vóór het dagelijkse, tweestemmige “Hoi mam!”, buldert een onbekende jongensstem: “Hé, hebbie ook chips? Wat?! Moet je eerst lúnchen?! Wat een stomme moeder heb jij joh!”

Eh, pardon? Wie ís dit kind in vredesnaam? Maar voor ik kan kennismaken (rustig inademen, Pien, voorál aardig blijven), breekt in de tuin de hel los. Met een harde bons (nee, níet mijn ruit!) vliegen twee volle rugzakken tegen de achterpui, zet jongste (9) het op een hysterisch brullen, en tref ik één tiener met ontbloot bovenlijf op de trampoline (zoon) en één op het dak van de schuur (de terror-tiener). Hond springt er luid blaffend tussendoor, compleet van de leg.

Wat is ‘ie cool hè?

Met stevige stappen been ik naar de tuindeur. “Waar zijn jullie in gódsnaam mee bezig?”, wil ik roepen, maar zoon is me voor. Met rode konen komt hij op me afgerend. “We zijn echt besties, mam”, spreekt hij stralend, en wurmt zich langs me heen, richting keuken. “Even limonade tappen hoor, we hebben het echt heet. Wat is ‘ie cool hè?”

Goed. Opvoeden. Ik kan dit. Rustig loop ik terug naar de keuken, mijn snikkende jongste onder mijn oksel, en grabbel in de vriezer naar een coolpack voor de bult op zijn voorhoofd, die in moordtempo uitgroeit tot een soort Mount Everest. “Nou, cool?”, spreek ik zo kalm mogelijk tegen oudste. “Voorlopig werkte hij wel binnen een seconde je broertje tegen de grond. Erg beleefd kun je ‘m ook niet noemen, vind je ook niet?” “Ja, shit, sorry snert-uk”, hijgt zoon, en vliegt gehaast de tuin weer in – de limonade klotsend over de bekerranden.

Oké. Ik kan dit dus níet. Drie seconden thuis en niet alleen is de dynamiek voor het eerst compleet verstoord: mijn eigen zoon ontpopt zich tot net zo’n duivel als zijn nieuwe “mattie”.

Kom van die schuur af!

“Mogen we dan wel tosti’s?”, brult het horrorvriendje. “Nou, zullen we elkaar eerst eens een hand geven?”, zeg ik – en schrik ervan hoeveel ik klink als mijn moeder. De terror-tiener geeft geen sjoege, en rent als een bezetene over het dak van mijn schuur. “Naar beneden komen. Nú”, beveel ik. “Sorry hoor, ik wist niet dat je boos werd”, sputtert hij.

In koortsachtig tempo spit ik mijn geheugen door. Hoe deden mijn vriendinnen dit ook alweer, toen ik ze aanstellers vond? Ik weet het niet meer. Of wacht: niet met de schep slaan, was het. Lastige, vrees ik. Ik smeer een stapel gezonde boterhammen (die tosti kan ‘ie mooi vergeten), beveel zoon en zijn eendagsvriend (geen bemoeienis met vriendschappen, ammehoela) ze op te eten in de speeltuin aan de overkant, en zeg: “Daarna gaan we éven praten.”

Dan schiet het me te binnen. Port. Ik schenk mezelf een dubbele in en dank het universum voor vriendinnen.

Lees ook: Hoe kan zij nu heel gelovig zijn?

 

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een reactie