Menu

De zuigmoeder

Door: Pien (40)

“Meis, wat heb ik jóu lang niet gesproken! Hoe ís het?! Ja, nee, bij mij houdt het niet over, hoor. Echt je gelooft het niet, zó zwaar – wat doe je met de lunch?”

Ik ben potdorie veertig jaar. Heb een uitgekristalliseerde gang aan vrienden, en na de nodige ervaring, ruik ik negatieve energie op tien kilometer afstand. Toch hoor ik mezelf voor ik er erg in heb zeggen tegen de schoolpleinmoeder: “Nou, niks écht wereldschokkends. Je weet: eeuwig flexibel.”

Feit is: ik combineer een fulltime baan in mijn eentje met de zorg voor twee kinderen, en probeer iets van een sociaal leven te organiseren naast een fractie aan me-time en een paar minuten aan sport per week om mijn uitdijende buik binnen de perken te houden. Een lunch met een schoolpleinmoeder die het altijd en eeuwig Ontzettend Zwaar heeft, is wel het laatste wat ik kan gebruiken, maar tegelijkertijd ben ik ook wel toe aan een wijntje.

Ach, denk ik, proberen we als moeders niet collectief dagelijks drieduizend ballen hoog te houden? Wie weet hebben we wel de tijd van ons leven. Onwillekeurig start in mijn hoofd de tune van een Brigitte Kaandorp-liedje: ‘Ik heb een heel zwaar leven. Echt héél zwaar. Alles is voor mij ontzettend moeilijk’. Duizend alarmbellen rinkelen in mijn hoofd, en toch knik ik bevestigend.

“Wat góed!” De schoolpleinmoeder laat er geen gras over groeien. “Toeval bestaat niet, hè? Half één bij de Italiaan op de hoek?” Ik knik gelaten – het is niet dat ik tussen twee deadlines door iets anders Groots en Zinnigs op mijn agenda heb staan, en die anderhalf uur tot we de kinderen weer op moeten halen, kunnen zomaar een vermakelijk tijdverdrijf zijn.

‘Ik dacht dat je nóóit meer zou komen!’

Vijf minuten voor onze afspraak loop ik de trattoria binnen. De zaak oogt leeg, maar net wanneer ik wil plaatsnemen aan een gunstig gelegen tafeltje, begint iemand achterin het restaurant uitbundig te zwaaien. Verontschuldigend loop ik naar haar toe. “O, meid, ik dacht dat je nóóit meer zou komen!”, kirt de schoolmoeder. “We hebben zóveel bij te kletsen!”

Behalve dat onze zonen een keer of twee hebben samengespeeld, en de huwelijksperikelen waarvan ze me toen op de hoogte stelde, weet ik niet zo goed wat we in te halen hebben. Maar in dezelfde seconde berisp ik mezelf: deze vrouw heeft overduidelijk een luisterend oor nodig. En laten we wel wezen: het jaar na mijn scheiding was ik ook niet het meest aimabele wezen dat rondwandelde, en was ik toen ook niet ontzettend dankbaar voor mensen die me even uit het slop trokken?

‘Moet ik opstaan omdat de werkster komt’

“Dus ik zei: ‘Hoezo wil jij een uurtje hardlopen?’ Snap jij dat nou? Alles doe ik thuis, álles. Ik bedoel: onze zolder wordt verbouwd en ik kan dus twee héle dagen niet bij mijn tweede trap. Ik moet elke dag boodschappen doen. En hij maar klagen hè, dat ‘ie elke dag werkt en ook weleens een uurtje ontspanning wil.” Ze neemt een slok van haar derde glas Chardonnay. “Alsof ik erom sta te springen om rond acht uur ’s ochtends al uit de veren te zijn omdat de werkster komt, voor de tweede keer die week. Of om half drie onze dochter uit school te halen. Weet je wel hoeveel tijd de nagelstudio kost?”

Glazig kijk ik de schoolmoeder aan, terwijl ze haar onophoudelijke monoloog om de vier zinnen onderbreekt om van haar wijn te nippen. Natuurlijk weet ik dat. Ik zit er elke vier weken op zaterdag, terwijl mijn kinderen – omgekocht met de resterende twee euro aan snoepwinkelgeld – alvast wat boodschapjes halen bij de grootgrutter twee deuren verderop.

“Al mijn vrijheid; ik lever het zonder morren in, voor die hele verbouwing”, vervolgt de schoolpleinmoeder. “Terwijl mijn man maar op zijn dikke kont zit, op kantoor. Het is niet niks hoor, de aanleg van zo’n zolderjacuzzi – en die bouwvakkers willen nog elk uur koffie ook.”

Wellness vóór de nailbar

Ik knik quasi-begrijpend. Het is ook wat, van die vreemde kerels die een privé-wellness voor je regelen in je eigen huis, terwijl jij eigenlijk naar de nailbar wilde. Eventjes denk ik terug aan hoe ik zelf mijn huis woonklaar maakte na mijn scheiding; de elektra aanlegde na een spoedcursus van een bevriende elektricien en de kinderen zoet hield met een geleende videogame en een euro voor de ijsboer aan de overkant – in de hoop dat we in elk geval licht hadden tijdens de eerste nacht op opblaasbedden in onze hals over kop geregelde huurwoning. Ik vervloek mezelf dat ik ooit ja zei op haar voorstel om ‘eindelijk weer eens gezellig bij te kletsen’.

“Nou, écht hè”, besluit mijn tafelgenoot haar verhaal. “Ik ben zó blij dat jíj me in elk geval begrijpt!”

“Uhuh”, zeg ik, omdat per direct opstaan en weglopen nu eenmaal geen optie is.

“Heerlijk dat we weer helemaal bij zijn”, jubelt de schoolpleinmoeder. “Jij hebt het ook maar makkelijk, zonder gedoe van zo’n kerel en de tijd aan jezelf. Pak jij trouwens de rekening?”

“Tja”, zeg ik, “alimentatie is ook zo overschat. Gelukkig kan ik me met mijn fulltime baan dit soort dingen gewoon permitteren.” Ik pin, en realiseer me dat we net op tijd terug zijn voor de kinderen.

“Ik app even de oppas”, zegt de schoolpleinmoeder, “rol ik nog even door naar de kapper. Of nee: kun jij mijn dochter niet meenemen – jij hoeft verder nergens heen, toch?”

“Na al mijn deadlines hooguit naar vriendinnen die me horen”, zeg ik. En plan in gedachten alvast een date bij de nailbar tijdens de volgende lunch, waarin ik tegen beter weten in weekhartig toestem.

Lees ook: 40 dingen die je denkt wanneer je 40 wordt.

 

Deel dit via:

, , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie