Menu

Help m’n kind heeft het c-woord

Door: Yvanka van der Zwaan

Zoon (15) heeft corona. Het hing al een beetje in de lucht voor wie de mails van zijn middelbare school een beetje volgde. Waar we begin september nog in rep en roer waren over de eerste besmette leerling, zaten we inmiddels op het niveau van dagelijkse mails met meerdere “gevallen”. Een ontwikkeling waarover geen enkel normaal denkend mens verbaasd is, op Mark en Jaap na. Je kunt pubers wel mondkapjes in de gangen laten dragen maar als ze vervolgens in de lokalen, over elkaar heen tiktokkend, op een hoopje mogen zitten, vormen ze ondanks de open ramen toch al snel één grote parende aerosol.

Dit corona nieuws en de daarmee gepaard gaande eenzame opsluiting met drie kinderen en twee honden op 80 m2, viel ongelukkigerwijs precies samen met het moment waarop ik besloten had het woord “corona” uit mijn leven te bannen. Intens klaar was ik met de dagelijkse talkshows vol regeringsbeleidondermijnende experts, quasi kritische gekkies en BN-ers die zich gewoon “dingen afvroegen”. Helemaal gestoord werd ik ervan. Nee, het is niet leuk dat we in een pandemie zitten maar djiezus kraist kunnen we het alsjeblieft een keer over iets anders hebben?

Familie Oerlemans doet paard na.

En nu heeft zoon “het” dus. Als iemand me dit nieuws in maart had gebracht, had ik even in een zakje moeten blazen. Corona betekende toen nog een enkeltje buikligging in Bergamo, pagina’s vol rouwadvertenties, afdrukken van maskers op IC-dokters, klappen uit je raam, de opkomst van Irma, Diederik en Ernst (toch een beetje de Jim & Jamai van de pandemie), Chantal die een hart-onder-de-riem-lied zingt, andere BN-ers die een hart-onder-de-riem-lied zingen, Chantal die andere BN-ers, die een hart-onder-de-riem-lied zingen, afzeikt, Linda de Mol die een tik tok dansje doet met dochter, 2,7 miljoen andere moeders die een tik-tok dansje doen met dochters, de familie Oerlemans die een paard nadoet, 4,1 miljoen andere gezinnen die een paard nadoen, Arie die sport met strobalen, niemand die dat nadoet en tenslotte Gordon die het allemaal niet meer trekt.

‘Ik ga zo een kiemplant call in’.

Inmiddels zijn we een beetje gewend geraakt aan deze pandemie toestand en hoeven we niet meer zo heftig te schrikken van de coronagevoelens van Gordon. Covid en zijn 1,5 meter samenleving horen er helemaal gezellig bij. Wie een zakelijk of feestelijk live event organiseert, luidt de uitnodiging steevast in met de disclamer ‘Even afhankelijk van de maatregelen’. En ook jongste dochter (12) communiceert inmiddels zonder blikken of blozen in vloeiend Coroniaans: ‘Nee, ik kan de hond niet uitlaten, ik ga zo een kiemplant call in’ (vertaling: ik heb Biologie via Teams) of ‘Mam, waar is mijn muts en heb jij nog een mondkapje?’ (vertaling: ik ga naar school en volg de les met met jas aan en muts op want alle ramen staan open voor de ventilatie).

Harmonieus gezin moordt elkaar digitaal uit.

Maar een echte corona besmetting en met z’n allen in quarantaine, die hadden we nog niet gehad. Zoon moet met zijn milde verschijnselen in slaapkamer-zelfisolatie. Wij krijgen de rest van het huis. Dag één is direct duidelijk wat ons grootste probleem gaat worden: oudste dochter (16). Het gamen van zoon, de social zoomsessies van jongste en mijn gebel, blijkt niet verenigbaar met haar geluidenhaat (mysofonie) wat resulteert in een hoop gesla met deuren, dreigementen en eindeloze discussies in de familieapp over verruimen van gametijden (zoon) en overtredingen van gametijden (dochter). Daar tussendoor rennen blaffende honden en schreeuwt iedereen tegen schermen tijdens online lessen en werkbesprekingen. In een poging tot verbroedering, moorden we elkaar ’s avonds harmonieus uit in de game  ‘Among Us’ waarbij iedereen als een gekleurd poppetje met een merkwaardig hoofddeksel door een ruimte rent op zoek naar de moordenaar (‘The Imposter’) . Ondanks dat een ieder hier zijn eigen invulling aangeeft (zoon speelt bloedserieus, jongste is vooral bezig mij de spelregels uit te leggen zodat ik niet weer als eerste dood ben en oudste saboteert het spel door voortdurende dingen in de chat te schreeuwen tegen Italianen en Amerikanen waardoor ze er meestal voortijdig uit wordt gegooid). En de volgende dag begint het allemaal weer opnieuw.

Bevrijdingsontbijt

Maar gelukkig komt aan alles een einde, ook aan ons grote lijden. Gisteren was de laatste dag en vandaag zitten we uitgelaten aan ons bevrijdingsontbijt. ‘Hoe vonden jullie het om 10 dagen opgesloten te zitten?’ vraag ik terwijl ik de croissantjes uit de oven haal. ‘Mensonterend,’ begint oudste, ‘ik hoop dat ik dit nooit meer mee hoef te maken.’ Zoon haalt zijn schouders op. ‘Ach ja, leuk is anders’, relativeert hij de drama van zijn zus. ‘Maar ik ben wel blij dat het klaar is en niet meer opgesloten zit in m’n eentje. ‘Nu weet ik een beetje hoe onderduikers zich in de oorlog voelden,’ voegt jongste toe. Oudste springt overeind. ‘SORRY MAAR VERGELIJK JIJ JEZELF NU MET ANNE FRANK?? DENK JE NOU ECHT DAT JIJ …’

‘Wat gaan jullie vandaag allemaal doen nu je weer naar buiten mag?’ val ik oudste snel in de reden voordat jongste kan worden gekielhaald op haar ongelukkige vergelijking.

‘Ik ga zo op m’n kamer lezen,’ zegt zoon.

‘Gewoon leren voor m’n toets, boven,’ zegt dochter.

‘Mam, zullen wij zo samen Among Us doen?’ vraagt jongste.

Vrijheid zit kennelijk vooral in je hoofd.

Lees ook: 9 x Jeugdsentiment voor pubers uit de jaren tachtig en negentig.

Deel dit via:

, , ,

No comments yet.

Geef een reactie