Menu

De laatste dagen van mijn basisscholier

Door: Pien (40)

In zwembroek en met zijn rugzak vol chips en cola half open, fietst zoon (bijna 12) de tuin uit. De eindmusical van groep 8 is al vier dagen geleden, dus de basisschool ligt vér achter hem. “Ja ja, ik weet het, mam: geen salto’s in het ondiepe en het grasveld weer netjes opruimen. Ik ben geen kind meer, hoor.”

Ik zie hem nog staan, gisteren. Stralend met een paar maten kleinere rugzak en een mond vol melktanden, op het schoolplein van groep 1. Nu kan ik alle uitjes (de schoolcampus! Fietsroute naar de brugklas oefenen! Boeken kaften en iets met bloemetjes en bijtjes!) die ik voor deze week bedacht had in één klap aan de kant schuiven: meneer heeft Eigen Plannen. “Werk maar lekker door, hoor mam. En ga even naar de kapper ofzo. Ik slaap vanavond toch niet thuis.”

Eh, pardon? Keek hij niet vorige week nog naar Sesamstraat?! Die “ik slaap vanavond toch niet thuis” had ik op z’n minst pas ingecalculeerd vanaf zijn vijftiende, en ik vraag me af of picknick-uitjes naar de lokale zwemplas eigenlijk wel zijn toegestaan op deze leeftijd, zonder toezicht. Bovendien: kan íemand mij vertellen of het normaal is, de hoeveelheden chips, koek, broodjes en frisdrank die hij en zijn “matties” wegwerken – om vervolgens ook nog eens een twintigliterpan spaghetti voor twaalf man soldaat te maken, ’s avonds?

De zomer van 1989

Vaag herinner ik me mijn eigen overstap van groep 8 naar de middelbare school, een eeuw of wat geleden. En hoe ik die hele zomer doorbracht aan het plaatselijke zwembad met mijn oud-klasgenoten, en we elkaar bezworen voor altijd BFF’s (oké, vooruit: “beste vrienden” – het was wel 1989) te blijven. Aan de zomer leek geen einde te komen en onze ouders bestonden niet. Het was misschien wel de mooiste zomer van mijn leven. O, en die “beste vrienden” was ik op één na vergeten, toen ik op dag twee van het nieuwe schooljaar naar de middelbare fietste, naar mijn níeuwe BFF’s.

Wanneer jongste zoon (9, en nog volop bezig in zijn laatste schoolweek) ’s avonds slaapt en ik snel een meedogenloze stapel zwemhanddoeken in de wasmachine prop, kleppert de tuindeur. “Ssst”, hoor ik mijn prepuber waarschuwen, “mijn broertje slaapt.” Eenmaal beneden tref ik twaalf bijna-brugpiepers zoet aan de limonadesiroop rond de tuintafel, door zoon nog heel nadenkend in wegwerpbekertjes geschonken ook. “Mag het, mam? We luisteren muziek via onze koptelefoons hoor.”

Een fles Pisang Ambon en wat mentholsigaretten 

Weer schiet me een voorval te binnen van grofweg dertig jaar geleden. Hoe ik met een aantal vriendinnen de fles Pisang Ambon van de logeerouders soldaat maakte, terwijl we stiekem mentholsigaretten rookten, die we hadden gejat van mijn moeder. Zó hard Madonna draaiden, dat we met onze walkmans konden meeblèren terwijl er geen box op aangesloten was. Eén van ons zelfs al gezoend had, en we fantaseerden over de onweerstaanbaar knappe bezorgers van de pizzeria in onze wijk.

Die zoon van mij doet het zo gek nog niet.

“Weet je wat shisha is, mam?”, vraagt hij wanneer de laatste prepubers mijn tuin verlaten hebben en hij monsterlijk laat eindelijk de plaatselijke plomp van zich heeft afgedoucht, omdat hij zo graag bij mij in bed wil slapen. “Daar krijg je dus echt kanker van, hè, maar twee kinderen rookten het toch. Snap jíj dat?! En al die meiden praten alleen maar over jongens. Nou, ik vind het maar goor.”

Ik stop ik hem toe op de lege plek naast me. Kus hem op zijn mond, zijn wangen en voorhoofd – en koester de laatste weken dat hij dit nog echt gelooft.

Lees ook: Zoon heeft een horrorvriendje

 

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een antwoord