Menu

‘Nou, jij kunt ook wel een beurt gebruiken’

Door: Pien (41)

‘Rijd uw auto de wasstraat in tot het stoplicht op rood springt, en plaats uw linker voorwiel in de gele bak.
Klap uw buitenspiegels naar binnen en schakel de regensensor uit, of zet uw ruitenwissers in de off-stand.
Trek de handrem niet aan, en zet de versnellingspook in neutraal.’

Iets geels. Wiel erop. Van de handrem afblijven. Check. Wat een betuttelarij, die handleiding. Alsof het zoiets ingewikkelds is, zo’n wasstraat.

Mijn auto is een beetje als mijn kinderen. Ik ben er dol op, maar puntje bij paaltje schiet een nette verzorging er soms wat bij in. De laatste grote beurt kan ik me niet heugen – net als het laatste bezoek aan de mondhygiënist met mijn kinderen (13 en 11) trouwens – en de vorige wasbeurt moet ergens na wintersport geweest zijn. In december. Voordat het ging sneeuwen en pekelen en Saharazandwaaien, en de vogelpoep in de maanden daarna met bakken naar beneden kwam.

Grenzeloos geëmancipeerd

Dat laatste krijg ik er met de hogedrukspuit wel af, gok ik. Ik negeer de dikke, nadrukkelijk wachtende SUV achter me, zwiep mijn haar nonchalant over mijn schouder, en stop mijn maxirok tussen mijn onderbroek om te voorkomen dat ‘ie in de schuimplas hangt.

Ik zie eruit als een pro, dat kan niet anders. Geëmancipeerd. Sterk. Zelfstandig. Heeft geen kerel wat aan toe te voegen, concludeer ik tevreden.

De kracht van de hogedrukspuit verrast me wel een beetje, zodra ik het handvat inknijp. Met maaiende armen zwenk ik naar achteren. Het metalen spuitstuk knalt tegen mijn autolak, het opspattende water maakt mijn haar doorweekt. Het moet er volstrekt idioot uitzien.

“Niks aan de hand!”, gebaar ik naar de dikke bak achter me, terwijl ik een blos probeer te onderdrukken. De ergste drollen zijn van mijn dak, ik kan maar zo snel mogelijk in mijn auto springen, de wasstraat in.

Dikke velgen

Wat was het ook alweer? O ja. Mijn auto op iets geels, handrem los. Ik start de motor en rol mijn voorband met uiterste precisie tussen de twee eerste de beste strepen die ik op de vloer kan bespeuren. Met een rotklap zakken mijn linker twee banden tussen de metalen bielzen die de gele strepen omkaderen. Muurvast. “Best krap”, denk ik nog. Maar: ik heb tenslotte ook sexy, dikke velgen. Daar is vast niet zomaar elke wasstraat op ingesteld.

Met de handrem keurig los, versnelling in z’n vrij, en mijn spiegels ingeklapt, stap ik uit en loop met ferme tred naar de wachtruimte naast de wasstraat, om de code van mijn poetsprogramma in te toetsen. Het rolluik achter me sluit direct, om mijn auto met een dikke laag plexiglas te scheiden van de wachtende zakenman.

Die zit op zijn beurt woest gebarend achter het stuur. “Klaar in een wip!”, wuif ik met een knipoog. “Wat een stresskip”, denk ik er achteraan. “Boen je bolide dan lekker op een ander tijdstip.”

Total-loss

Zelfvoldaan leun ik tegen de muur van de wachtruimte, wanneer de zakenman buiten adem binnen stormt – een medewerker van de benzinepomp in zijn kielzog.

‘Stop!’, gilt hij. ‘Je wiel moet in de gele wielbak; je staat nu op de rails van de wasrobot!’

Binnen een seconde zie ik wat hij bedoelt. Als het wasprogramma niet nú met een gillende gang wordt stopgezet, is niet alleen mijn auto total-loss, maar ook de hele wasinstallatie.

Met het zweet op zijn voorhoofd toetst de pompbediende een code in. De wasrobot valt stil.

“Nou, dat maken jullie zeker wel vaker mee, hè?”, klap ik ongemakkelijk grijnzend in mijn handen, in de hoop de angel uit de situatie te halen.

“Mijn god, dit heb ik echt nog nóóit iemand zien doen”, gromt de bediende. Achter mij opent het rolluik zich; de catastrofe lijkt afgewend.

Mrs. Wet T-shirt

“Ga maar opzij, dan zet ik ‘m er wel even in”, zegt de dikke bak, die Jean-Jacques blijkt te heten. Gewillig doe ik een stap naar achter, en overhandig hem bedremmeld mijn autosleutel.

“Goh, die van jou mag ook wel een sopje”, knik ik naar de witte flatsen op zijn donkerblauwe, metallic lak, terwijl we twee minuten later de wasstraat ongeschonden zijn werk laten doen. “Auto van de zaak, zeker?”

Ik heb geen idee waarom ik dit zeg. Mijn hart bonst in mijn keel en mijn knieën knikken: ik sta compleet voor schut. Ik kan het hooguit nog van mijn charmes hebben.

“Nou, jij kunt anders ook wel een goeie beurt gebruiken”, pareert het zakenpak.

In het plexiglas van het inmiddels weer gesloten rolluik, zie ik mijn weerspiegeling. Mijn haren plakken in slierten rond mijn gezicht, het wit linnen shirtje boven mijn plooirok zou het goed doen als de met-stip-op-één tijdens een wet-T-shirt-contest.

De piep die het einde van het wasprogramma aankondigt, komt als een geschenk uit de hemel. “Nu jij nog”, roep ik terug, wanneer ik in mijn auto spring en een flinke dot gas geef.

Goddank heb ik nog een poosje tot ze gaan pekelen.

Lees ook: Relatiestatus: hopeloos.

Deel dit via:

, , , ,

No comments yet.

Geef een reactie