Menu

‘Pardon mevrouw, wilt u even plaatsmaken voor de échte gasten?’

Door: Pien (42)

“Ga je zó?” Zoon (13) kijkt me ongelovig aan. “Dat is dus een kapót vette club, hè. En jij gaat in die omajurk?”

“Boho”, corrigeer ik. “Hippie-chic. En die cowboylaarzen zijn he-le-maal van nu, hoor.”

“Joh, weten die pubers veel.” Vriendin werpt mijn jongens een vliegkus toe wanneer we ze afzetten bij hun vader, draait de autoramen naar beneden, en geeft een dot gas. “Hier, mop”, zegt ze, en schuift me de roodste lipstick toe die ik ooit heb gezien. “Zo wordt het misschien nog wat, vanavond.”

Onze bestemming: een beachclub die we tot dan toe alleen kennen van naam, en waar het nogal zien en gezien worden schijnt te zijn. Niet direct ons ding, maar de zon schijnt, de vogels fluiten en het mag gezegd: we zien er fantastisch uit.

Teint-de-tomate

Een beetje club begint niet voor elven, dat herinneren wij ons ook heus wel. Dus bestellen we een fles sancerre op een nabij gelegen strandterras, gooien onze benen omhoog en pakken mooi nog even een laagje brons mee. Tenminste, dat is de bedoeling; een teint-de-tomatewas in de ninetiesal niet sexy, dat is vast onveranderd.

Twee reusachtige bellen en vier keer plassen later, achten we onszelf er klaar voor. Het is nog ver voor elven, maar met dit weer wil vast iedereen naar zo’n hippe beachclub, gokken we. Nu kunnen we tenminste nog zitten.

‘Een crémant voor de dames?’

De witte loungebanken aan de boulevard onder dito parasols van een bekend champagnemerk, ogen verdacht leeg. “Misschien zijn ze gesloten”, oppert Vriendin.
“Onmogelijk”, zeg ik. “Zon, zaterdag: als hier op één avond geld te verdienen valt, is het vanavond.”
Een ober in jacquet bevestigt mijn vermoeden. “Schone dames, goedemidd… – eh avond. U wilde iets drinken?”
“Om mee te beginnen”, knipoogt Vriendin, en knikt veelbetekenend naar de angstig lege dansvloer, omringd door zuilen met magnumflessen champagne. Met een overdreven gebaar klikt de ober het dikke, rode koord los, dat de VIP-area afschermt van de rest van het terras. “Mesdames”, gebaart hij ons de exclusieve sectie in. “Mag ik een crémant voorstellen als aperitief?”

‘Eigenlijk zijn we een soort insmijters’

Vriendin nestelt zich wat ongemakkelijk tussen de hagelwitte kussens. “God, ik ben zó blij dat ik niet ongesteld ben”, grijns ik. Vriendin lacht niet mee. “Heb jij eigenlijk gekeken naar wat die bubbels kosten, hier?”
“Joh, relax”, sus ik, “die zijn waarschijnlijk gewoon van het huis. Ze hebben ons niet voor niets hier neergeplant, hè.”
Vriendin kijkt me niet-begrijpend aan.
“Kijk”, steek ik van wal, “zo’n leeg terras, dat trekt natuurlijk geen mensen. En ze hebben wel een naam hoog te houden, dus geven ze ons deze VIP-plaatsen. Ik bedoel: kíjk naar ons. Niet gek, toch, voor een stel moeders dat vanmiddag nog de beschimmelde boterhammen uit de puberrugzakken stond te vissen? Ik zou ons hier ook neerzetten. Eigenlijk zijn we gewoon insmijters. Je weet wel, een soort proppers, maar dan zonder dat we op de stoep hoeven staan. Ons een glaasje van de zaak aanbieden, is het wel het minste wat ze kunnen doen.”

Vriendin knikt vertwijfeld. “Ik weet niet, Pien. Volgens mij zijn dit krankzinnig dure plaatsen; als straks de hotshots komen, kunnen we vast wieberen.”
“Geloof me nou”, wuif ik haar twijfels weg. Ik was altijd al de stapper van ons twee. “Ik ken dit soort gelegenheden. Ze zijn echt dólblij met ons.”

‘Zit er drugs door, ofzo?’

Wanneer in het uur daarna de eerste gasten binnenschuifelen, durf ik mijn geveinsde bravoure overboord te zetten. We mengen lekker met het publiek, dat net als wij niet te hip en ook niet te sober is. “Zie je nou”, zeg ik, “en het werkt dus nog ook. Bestel jij nog een paar gin-tonics?”

Wanneer Vriendin blozend haar pinpas trekt – “Achttien euro voor een drankje, Pien, ACHTTIEN! Zit er drugs door, ofzo? En voor die crémant mocht ik ook mooi lappen, hè” – begin ik toch te twijfelen. Hoezo moeten we meteen afrekenen?

Het antwoord laat niet lang op zich wachten. Met nog geen slok uit mijn nieuwe glas, maant de ober ons op te staan. “Dit moet een grapje zijn”, giechel ik zenuwachtig. Maar de ober tikt geërgerd tegen mijn schouder: “Pardon mevrouw, wilt u even plaatsmaken voor de échte gasten?”

Gevaar voor de gasten

Aan de andere kant van het rode touw staat een rij zongebruinde gasten in witte designerkleding. De ‘echte gasten’ – is ‘ie helemaal gek geworden? Ik verslik me bijna in mijn vloeibare goud. “Als dít is hoe jullie hier omgaan met betalende gasten, wíl ik hier helemaal niet zijn”, bries ik, en storm de VIP-area uit, het strand op – mijn bel gin veilig aan mijn lippen. Vriendin huppelt achter me aan, wat excuserende gebaren wuivend in het luchtledige.

We hebben nog geen twintig stappen gezet, als een forse uitsmijter ons achterna komt, mijn in de haast vergeten pumps bungelend naast zijn portofoon. Ik voel mijn woede direct zakken. “Kijk, dát is aardig”, bedaar ik, en neem hem dankbaar mijn hakken uit handen.”
De uitsmijter vertrekt geen spier. “Wilt u uw glas nú inleveren?”, bast hij. “Dat is streng verboden op het strand: u bent levensgevaarlijk voor onze gasten.”

Lees ook: ‘Nou, jij kunt ook wel een beurt gebruiken.’

Deel dit via:
No comments yet.

Geef een reactie