Menu

‘Straks besmet je de hele school’

Door: Pien (41)

“Ó nee. Geen denken aan. Je giet maar een fles azijn over je hoofd.” Vriendin kijkt me vastberaden aan. “Eén keer!”, smeek ik. “Daarna vraag ik het nooit meer!”

Vrijdagavond, een kleine week eerder. Oudste zoon (13) heeft drie matrassen naar de woonkamer gesleept die het kingsizebed moeten vormen voor vijf pubers. “Hé mam”, schreeuwt hij, wanneer ik een glas wijn inschenk om me zo snel mogelijk op te sluiten in mijn slaapkamer, “krijgen honden eigenlijk luizen?”

Red flags, Pien. Alarmbellen. Hoe kon ik in godsnaam zo naïef zijn die niet op te pikken? Ik was potdorie hun héle basisschooltijd luizenmoeder. Nee, in plaats daarvan moest ik zo nodig de jofele moeder uithangen, en nam een duik op het pubermatras, tussen de lange, losse haardossen, die met z’n allen naar één piepklein telefoonscherm lagen te loeren.

Honderden beesten

En nu sta ik dus voor de deur van Vriendin, met een hoofd vol luizen. “Joh, hoofd vol, hoofd vol… Zo erg zal het huis niet zijn”, sust die. “De meeste mensen die net besmet zijn, hebben er een stuk of vijf. O, en een paar honderd eitjes.”

“Een paar hónderd?!, gil ik, en kan de jeuk nu al bijna niet meer verdragen. “Haal ze eruit! Echt, de jongens kunnen het niet, en straks zitten ze overal.” Al die pubers zaten vorige week natuurlijk vol met die beesten, foeter ik in gedachte verder. Komt allemaal door die verdomde groepsselfies en dat eeuwige gehang op die snerttelefoons.

“Ik begin er niet aan”, houdt Vriendin voet bij stuk. “Mijn kinderen hebben ze jaren gehad; ik ben blij dat we er eindelijk vanaf zijn. Trouwens, die paar honderd neten vallen nog wel mee, hoor. Ik las een tijdje geleden over een kind dat naar zo’n speciale luizenkliniek was gestuurd – je weet wel, waar een soort drogerslang die beesten voor een klein fortuin uitroeit – en daar hadden ze vijfhonderd luizen en honderdduizend neten op gevonden. Als dát kan, op een kínderhoofdje, wie weet hoeveel jij dan nu in je haar hebt zitten. Paren die beesten daar eigenlijk ook?”

Orgie in mijn hairextensions

“Hèja, een parasietenorgie in mijn peperdure hairextensions”, grom ik. “Maak het nog even erger. Weet je hoe duur die dingen waren?!”

Vriendin weet van geen ophouden. “Nou, die beesten bevallen er in elk geval wel, want de luizenmoeder perst haar eitjes op een haar. De afgelopen dagen hebben ondanks jouw peperdure kappersshampoo, dus zo’n vijfhonderd bevallingen plaatsgevonden op je hoofd.”

Ik geloof dat ik moet kotsen.

Van Vriendin hoef ik geen steun te verwachten, zoveel is duidelijk. Bij de drogist haal ik vier flessen anti-luislotion: voor ieder gezinslid één, plus eentje voor de hond, want of die insecten daar nu ook op kunnen huizen, heb ik nooit meer gegoogeld. De gedachte drijft me bij voorbaat al tot waanzin.

‘Echt goor’

“Jullie!”, dirigeer ik de kinderen bij thuiskomst. “Shirts uit, film aan, en allebei op een eetkamerstoel ervoor.” Op de vloer heb ik een reusachtig wit laken neergelegd, zodat niet één exemplaar aan mijn aandacht kan ontsnappen, en ongezien wegwandelt. Dit geintje pak ik aan met militaire precisie: aan het eind van deze dag heeft elke luis plús nakomeling in dit huis, het loodje gelegd.

Anderhalf uur later pielen, pluizen en peuteren later, heb ik op de twee jongenshoofden welgeteld één eitje gevonden, dat bij nadere inspectie eigenlijk meer op roos lijkt. Op het laken valt geen stipje te bekennen.

“Onmogelijk”, oordeel ik. “Jullie móeten mij nu kammen, want volgens de statistieken moeten we er alle drie minstens vijf hebben, plus baby’s.”

Oudste heeft gedwee precies twee strengen haar doorgekamd, wanneer ik zeker tien luizen op het laken zie liggen. “En die witte bolletjes, mam, zijn dat dan eitjes? Want die ga ik er no wayallemaal uit kammen hoor; dan ben ik morgen nóg bezig.”

Jongste werpt een inspecterende blik over de schouder van zijn broer. “Jee. Ik ben echt blij dat wij die niet hebben. Dit is echt goor.”

Ik snap er niks van. Als ik ze heb, hebben zij ze ook, van wie heb ik ze anders? Ik ben potdorie 41, geen scholier!

“Je zit ook wel erg veel op je Insta, mam”, zegt jongste streng.
“Misschien moet je eens wat minder selfies maken in de kroeg”, vult oudste aan. “En trouwens: blijf maar even uit de buurt van mijn vrienden: straks besmet je de hele school.”

Lees ook: Alle luizen moeten terug naar hun eigen land.

 

Deel dit via:

, , , , , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie