Menu

Tijd voor een fuifje

Door: Anna (44)

Er zal toch niets zijn
Onder het motto: als Mohammed niet naar de berg komt, komt de berg wel naar Mohammed, loop ik met een kop thee en wat lekkers voor dochter naar boven.
Ze draait zowaar haar stoel om, zet de telefoon op pauze en doet haar oordopjes uit als ik binnenloop. Er zal toch niets ernstigs aan de hand zijn… is m’n eerste gedachte. Normaal gesproken gunt ze me geen blik waardig als ik ongevraagd haar kamer binnenkom. Dan krijg ik alleen de ‘zie je niet dat ik heel druk bezig ben’ houding.

Best vaak een feestje
Inmiddels weet ik uit ervaring dat ik niet moet vragen: Is er iets? in een situatie als deze. Die vraag kilt alle beste bedoelingen. En dus zeg ik niets. Ze begint uit zichzelf te praten: “mam veel vriendinnen van mijn lagere school hebben best vaak een feestje. Of ze gaan chillen met een groep jongens en meisjes. Soms buiten, soms bij iemand thuis. Dat soort dingen doe ik eigenlijk niet”.

“Vind je dat jammer?” vraag ik.
“Soms.”
“Doen andere kinderen uit jouw klas ook dat soort dingen?”
“Niet echt, nou ja twee meisjes misschien, maar niet met mensen uit m’n klas”.
“Je hebt dus geen klas vol fuifnummers”, concludeer ik.
“Fuifnummers???!!??” Ze kijkt me aan met opgetrokken wenkbrauwen.
“Ja, een fuifje is een feestje”, zeg ik.

Dat vind ze een mooi en vooral grappig woord. Ze moet lachen. Ik haal opgelucht adem. Ik vind het fijn dat we even contact hebben. En één fout of ouderwets woord kan dat zomaar verstoren.

Tijd voor een fuifje

“Goed, het is dus tijd voor een fuifje”, ga ik verder. “Misschien is zo’n frisfeest wat voor jou?”
“Nee, echt niet. die zijn zoooo suf” dochter weet het precies.
“Wat wil je dan?” Vraag ik
“Nou, dat weet ik eigenlijk niet”. Ze twijfelt. “Ik weet niet zo goed in welke groep ik hoor: Je hebt kinderen die gaan soms naar feestjes die een beetje wild zijn, je hebt hele extreme feestgangers of je hebt geen feestjes. Dat extreme hoef ik sowieso niet,” zegt dochter. “Maar een beetje wild, is misschien wel een keer leuk”. Ze kijkt me vragend aan.
“Nou” zeg ik, “dan ga je daar toch een keertje kijken”.

Te wild voor jou
“Misschien is het toch beter dat ik nog niet ga, ik denk dat een beetje wild, ook al te wild voor jou is”.
“Voor mij? Ik hoef er toch niet heen”, zeg ik.
“Nou ja, stel nu dat ik op zo’n feestje een slokje alcohol zou proeven, zou je dan heel erg kwaad zijn?” Vraagt ze voorzichtig.

Ik voel aan dat dit een belangrijke vraag is. Het is dus nog belangrijker hoe ik nu reageer. Ik kijk naar m’n oudste dochter. Alles gaat eigenlijk goed met haar. Ze is super verantwoordelijk en verstandig. Ze gaat goed op school, maakt haar huiswerk, regelt haar taakjes, wil altijd helpen. Haar valkuil zit em er eerder in dat ze te gecontroleerd en verstandig is.

“Weet je”, zeg ik. “Ik ga nu niet tegen je zeggen, tuurlijk doe maar, ga maar drinken op je 14e. Maar ik geloof ook niet dat ik nu streng moet verbieden. Jij weet best waar je grenzen liggen. Je hoeft heus niet altijd verstandig te zijn. Maar toegeven aan groepsdruk terwijl je iets zelf niet wilt, is ook geen goed idee.”
Dochter knikt.
“Stel dat je dan inderdaad een keer een slokje probeert, dan kunnen wij daar vast prima over praten”, vervolg ik. “Ik zou er niet blij mee zijn, maar het is ook niet het einde van de wereld. Ik vind het veel erger als ik merk dat je zoiets stiekem doet.”

“Hmmm”. Dochter lijkt tevreden met m’n antwoord. Het gesprek is ten einde.

Neeeeeeee
Als ik naar beneden loop schiet de schrik me om het hart: Ze is nog zo jong. Heb ik dit wel goed gedaan? Ze zit nog maar in de tweede. Mijn kleine meisje naar half wilde feesten. Neeeeeeee. Ik ben veel te makkelijk. Ik moet dit streng verbieden.

Pfffff…  Tijd voor een fuifje…. Niet voor mij in ieder geval. Nog lange niet.

Lees ook: 11 dingen die dodelijk gênant zijn voor pubers.

 

Deel dit via:

, , , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie