Menu

Wie wil er bij mama in de kano? Niet allemaal tegelijk.

Door: Suus (46)

“Kunnen we niet drie boten huren?” begint jongste puberdochter als we aankomen bij de kanoverhuur.
“Ja, of vier,” doet oudste puberdochter ook een duit in het zakje, “dan heb ik er ook één voor mezelf.”
“Wat is dit nou weer voor onzin? We huren gewoon twee kano’s hoor, dat is al duur genoeg,” zeg ik geïrriteerd. Na de rit in de krakkemikkige taxi-bus vanaf de camping hier naar toe is mijn geduld ver te zoeken. De opvatting van ‘verantwoord personenvervoer’ van onze Franse chauffeur bestond eruit dat hij luidruchtig pratend in de telefoon in zijn ene hand en met een brandende peuk in zijn andere, met minstens twee keer de toegestane snelheid door de vlijmscherpe haarspeltbochten jakkerde, waarbij onze bus met de wielen die de buitenbocht hadden regelmatig even boven de afgrond van de Gorges d’Ardeche zweefde.
Gelukkig valt manlief me bij. “Ja, twee kano’s is prima, jongens. Eén van jullie kan bij mij in en de ander bij mama,” zegt hij terwijl we naar de aanhangers lopen waar de kano’s en de zwemvesten worden uitgedeeld.
“Ik ga bij papa,” zegt jongste puberdochter snel.
“Ik wil ook bij papa,” zegt oudste puberdochter nijdig, “bij mama gaat altijd alles mis!”
“Dat valt best mee,” begin ik.
“Echt niet,” valt jongste puberdochter de oudste bij, “de vorige keer zaten we een half uur vast op een uitstekende rots midden in de rivier en die keer daarvoor sloegen we om in een stroomversnelling en moesten we worden gered door mannen die daar aan het vissen waren.”
“Iedereen heeft wel eens een ongelukje tijdens het kanoën,” zeg ik verongelijkt.
“Papa niet,” luidt het vernietigende oordeel.
Manlief heeft allang genoeg van de discussie en staat met de instructeur te overleggen welke kano’s we zullen nemen.
Oudste dochter vist een euro uit haar broekzak. “Kop of munt?” vraagt ze aan jongste puberdochter.
Voor ik in kan grijpen, is het kwaad al geschied. Jongste puberdochter trekt aan het kortste eind.

De afgrond die je niet wist dat zou komen …

Nog verontwaardigd door de manier waarop ik zojuist ben afgeserveerd, luister ik naar de uitleg van de instructeur. Mijn missie voor vandaag is duidelijk: kanotocht volbrengen zonder ongelukken. Ik begrijp dat we ons halverwege de tocht verzamelen bij een strandje om vervolgens te voet langs een gevaarlijke stroomversnelling te gaan. Ok, dat is een puntje van aandacht.
Ondanks het stroeve begin keert ons enthousiasme terug gaandeweg de tocht. De natuur is spectaculair en ik doe extra mijn best om geen ongelukken te veroorzaken. Na ongeveer een uurtje zien we de instructeur aan de kant staan zwaaien. Het woest kolkende water van de rivier geeft aan dat we in de buurt van de stroomversnelling komen. In volmaakte harmonie kanoën jongste puberdochter en ik naar het strandje en leggen zonder problemen aan. Dochter wipt meteen vanuit haar zitplaats voorin de kano in het kniehoge water. Trots op onze elegante landing doe ik hetzelfde, maar blijkbaar bevindt zich bij mijn uitstapplek een afgrond, want bij gebrek aan bodem onder mijn voeten zak ik geheel kopje onder het water in. Mijn zwemvest trekt me weer naar boven, maar een sterke stroming sleurt me mee richting de stroomversnelling. Ik klamp me vast aan een rots.
“Help,” piep ik, maar niemand heeft nog in de gaten wat er gebeurd is. Ik begin mijn grip op de glibberige rots te verliezen. “Help!” roep ik, nu een stuk luider. Terwijl ik door drie man met behulp van een peddel weer aan land wordt gehesen, zie ik op de achtergrond de afkeurende blikken van mijn dochters.

“Hallo ik ben Suus. Ik ben 44 jaar en een kanokluns.”

De rest van de dag heb ik het gevoel zwaar gefaald te hebben. Op de camping schenk ik een groot glas wijn in, misschien kan ik daar mijn depressie in verdrinken. Ik zal moeten accepteren dat ik een kanokluns ben en dat er nooit iemand bij mij in de boot zal willen. Mismoedig raap ik een boodschappentas op van de grond. Er zit nog een papiertje in dat de kassière me samen met de kassabon heeft gegeven. Ik wil het weggooien, maar de vrolijke kleuren trekken mijn aandacht. Het is een soort kraslot. Automatisch kras ik met mijn nagel het vakje van de prijs open en lees afwezig de tekst die tevoorschijn komt. Hè?! Ik lees de tekst nog een keer. Voor de zekerheid type ik de Franse tekst in, in Google vertaler. Ja hoor, vier toegangskaarten voor Disneyland Parijs! Langzaam komt de winnaarsmentaliteit weer in mij naar boven, gerechtigheid. “O jongens,” roep ik opgewekt vanuit de caravan naar het terras, “raad eens waar papa en ik naar toe gaan? We moeten nog even kijken wat we met die twee extra tickets doen, want jullie willen vast niet mee met zo’n onhandige moeder, waarbij altijd alles mis gaat.”

Lees ook: Wie heeft nou vakantie in het buitenland nodig?

Suus (44) is een vriendin van van Caro, Anna en Esmee

Deel dit via:

, , , ,

No comments yet.

Geef een reactie