Menu

ZOMERVERHAAL: Ik ga op vakantie en neem niet mee..

Wine-up is deze zomer van iedereen!
Vakantie, met veel wijn en pubers die de hele dag in je buurt hangen, is over het algemeen een grote inspiratiebron voor mooie, grappige en herkenbare verhalen. Wij vroegen onze lezers hun verhalen in te sturen. Vandaag is Monique (45)  wat vergeten

“Hoe bedoel je ‘je bent je handtas vergeten’?” vraagt manlief vol ongeloof.

“Nou, gewoon, hij staat nog op de keukentafel. Ik heb hem daar neergezet toen ik de kurkentrekker uit de keukenla ging pakken en daarna ben ik hem vergeten.”

“Geweldig,” verbijt manlief zich, “waar heb je ook een ID-bewijs, mobieltje, bankpasjes of geld voor nodig? Als je maar geen wijn uit een fles met schroefdop hoeft te drinken.”
We staan op een parkeerplaats op weg naar Zuidfrankrijk voor de eerste plas- en ontbijtpauze en drie paar ogen kijken me verwijtend aan.
“Mogen we nu niet de grens over?” vraagt jongste puberdochter ongerust.
“Mama niet en we hebben geen geld,” vat oudste puberdochter samen.
Jongste puberdochter grabbelt in de achterzak van haar skinny jeans en haalt het bankpasje van haar jongerengroeirekening tevoorschijn. “Ik heb wel een bankpasje mama, er staat honderddertig euro op.”
Ze heeft een bijbaantje bij de Jumbo voor drie euro dertig per uur en de tranen schieten me in de ogen. “Dank je lieverd, het komt wel goed.”
“Terug rijden is geen optie,” zegt manlief, “we moeten het er maar op wagen en hopen dat we geen controle krijgen aan de grens.”
“Tjonge, net een spannende film hè, jongens?” probeer ik opgewekt de moed erin te houden. Tevergeefs.
“Als mama het buitenland niet in mag, zetten we haar gewoon met een bordje langs de snelweg om terug te liften,” merkt oudste puberdochter laatdunkend op.

Hoewel het voelt alsof er met grote koeienletters ‘MISDADIGER’ op mijn voorhoofd staat, hoeven we wonder boven wonder nergens ons paspoort te laten zien en we bereiken zonder verdere incidenten onze eindbestemming.

Ik bel met het thuisfront en mij moeder belooft, nadat ze is uitgelachen, mijn tas met inhoud per pakketdienst op te sturen naar de camping. Een uurtje later stuurt ze ons de track & trace code. Opgelucht ontkurk ik een fles rosé, die ik niet vergeten was in te pakken, ik hoef alleen nog maar te wachten tot mijn tas arriveert.

“Het duurt wel lang hè, dat pakketje?” zeg ik tegen manlief. Ik kan best een paar dagen zonder telefoon, de rest van de family zit ook in een ernstige internet-en-social-media-dip aangezien het Wifi bereik op de camping zeer wisselvallig is. Maar na vier dagen op de pof boodschappen te hebben gedaan in het campingwinkeltje, wordt onze financiële situatie toch wel enigszins nijpend.

“Zal ik eens kijken met de track & trace code?” stelt manlief voor. De Wifi is ons goed gezind en enkele minuten later hebben we een statusupdate: ‘Uw zending is gearriveerd in het sorteercentrum in Marseille. Bezorgdatum onbekend i.v.m. staking.

“Staking?! Wie heeft dat nou weer bedacht??”

“Welkom in Frankrijk,” zegt manlief.

“Je denkt toch wel dat ik mijn tas terug heb, voordat we hier weer weggaan?” vraag ik twee dagen later bezorgd. Manlief checkt onze zending, zoals hij dat in de afgelopen dagen ontelbare keren tevergeefs heeft gedaan. Hij leest het scherm en schiet ineens overeind.

“Uw zending is bezorgd,” zegt hij, terwijl zijn ogen de mijne zoeken.

“Echt??” Ik kan het nauwelijks geloven en probeer niet te gaan gillen van blijdschap. “Kom we gaan naar de receptie!”

Het meisje bij de receptie weet echter niks van een pakketje. Aangezien ik niet van plan ben om te vertrekken zonder mijn tas, wordt Hans, de eigenaar van de camping, die gelukkig Nederlands is, erbij geroepen.
“Nee sorry, geen pakketje,” verontschuldigt hij zich.

“Maar volgens de pakketdienst is hij vanochtend afgeleverd,” de paniek die mijn keel dichtknijpt, geeft mijn stem een viswijverige ondertoon.
Om mijn hysterie niet verder aan te wakkeren, richt Hans zich tot manlief. “Wat staat er precies in dat bericht dan?”

“Uw zending is bezorgd,” leest manlief voor, “met het tijdstip en dan nog ‘Vito’ erachter.”

Hans begint opgelucht te lachen. “Zei je ‘Vito’? Manlief knikt.

“Dan hebben ze het pakket beneden in het dorp bij de plaatselijke kroeg afgeleverd. Ze hadden zeker geen zin om helemaal de berg op te rijden naar de camping.”
Geen zin om de berg op te rijden? Lekkere jongens die Franse Zalandomannen!

Aan het eind van de middag rijden Hans en ik naar het dorp. De kroeg vertoont grote gelijkenis met een lichtzinnig etablissement door de overdaad aan rood pluche en mollige engeltjes in allerlei vormen en maten. Vittoria, de kroegbazin, is de Franse versie van Bonnie St. Claire. Zodra ze ons ziet, haalt ze een pakket onder de bar vandaan en begint in rap Frans tegen ons te praten. Ik snap er geen snars van, maar Hans doet het woord terwijl ik dolblij mijn handtas in mijn armen sluit. Vittoria schenkt drie bellen wijn in. “Santé,” zegt ze met een knipoog. Kijk, daarom hou ik dus van Frankrijk: du pain, du vin, sac à main!

Lees ook: Zomerverhaal: autoleed

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een reactie