Menu

Zomerverhaal: UNIBROW

Wine-up is deze zomer van iedereen!

Vakantie, met veel wijn en pubers die de hele dag in je buurt hangen, is over het algemeen een grote inspiratiebron voor mooie, grappige en herkenbare verhalen. Wij vroegen onze lezers hun verhalen in te sturen. Vandaag het verhaal van Bronja Prazdny (45 jaar).  

Unibrow

Het was weer tijd voor mondhygiëne. Nou ja, dat is het elke dag, maar vandaag had ik een afspraak bij de mondhygiëniste. Ik ben geen grote fan van die momenten. Het is geen uitgesproken hekel of bovenmatig grote angst, maar ik kan ook niet zeggen dat ik er naar uitkijk. Als ik me er mentaal op voorbereid, zo van: eerst al die plak met zo’n krabber en dat die dan soms een akelig geluid maakt over het glazuur op mijn tanden; oke: check. Dan dat ding dat lucht blaast samen met dat geval dat elektrisch het laatste restje opgehoopt vuil verwijderd; oke: check. Polijsten: zelfde. Maar toch. Ik ben geen fan en sta na een half uur op met verkrampte vingers of zweetdruppels die stuk voor stuk in langzaam tempo naar mijn bilnaad glijden.

Vandaag viel het mee tot het niet meer meeviel. Het was een nieuwe mondhygiëniste. Ze rook lekker, wat mij goed uitkwam want nu kon ik mij op die aangename geur concentreren terwijl zij mijn tanden schoonmaakte. Ik was met mijn aandacht bij die geur, dacht na over de oorsprong ervan. Was het deodorant? Parfum? Zeep? En toen deed er iets zoveel pijn in mijn mond dat de geur mijn aandacht niet meer kon vangen. Mijn adem stokte en mijn ogen werden groot, help. Auw. Pijn! Twee tellen en daarna was het voorbij, maar verdwijnen in de veilige geborgenheid van haar naar poeder ruikende lucht kon ik niet meer.

Geen zweet en geen kramp dit keer. Ik voelde iets van trots toen ik naar de balie liep om een afspraak bij de tandarts te maken voor het vullen van een gaatje in mijn verstandskies. Het had me onzinnig geleken; een verstandskies vullen, beter leek het me hem te trekken, overbodig als hij was. Maar volgens de mondhygiëniste was vullen beter en dus liep ik naar de balie om dat te regelen. Het meisje wenkte me naar haar monitor en vroeg me mee te kijken naar een geschikte dag. Ik keek maar ik zag niks. Ik keek de assistente aan en zij keek mij aan.

‘Wat is er, kun je het niet lezen? Vroeg ze na de korte stilte. Ik knikte en vertelde over het ooglaseren twee weken geleden. Dat ik ineens niet meer van dichtbij kon zien en hoe raar dit was na drie decennia niet van veraf gezien te kunnen hebben. Ik wees naar de bomen aan de andere kant van de ringweg en vertelde haar dat ik alle afzonderlijke blaadjes kon zien en hoe verrukt ik daarover was. Zo groen en al die nerfjes! Toen schudde ik mijn hoofd en wees naar het scherm.

‘De andere kant van de medaille is dat ik dus geen zak meer zie van wat er zich direct om mij heen afspeelt. Ik kan niet eens mijn eigen wenkbrauwen meer epileren. Ook wel een voordeel, hoor. Ik hou van volle wenkbrauwen en pluk er altijd te veel uit. Dat is nu verleden tijd. Nadeel is dat ik nu een soort vacht op mijn gezicht krijg en er niks aan kan doen. Ik heb me al ingesteld op een unibrow en chemosnor.’

Ze grinnikte en stak me aan. Het grinniken werd schateren en met de tranen in onze ogen probeerden we een afspraak voor mij bij de tandarts te maken. Ik zonder zicht maar ‘Ik ben je ogen wel,’ hinnikte de assistente. Ze printte een kaartje voor me en terwijl ze het aan me overhandigde zei ze: ‘Ik heb het in extragrote letters voor je uitgeprint. Ik hoop dat je het kan lezen.’

Ik sloeg haar op haar schouder en zei dat ze een plaagkop was. Zij wenste mij succes met fietsen.

Met kippige ogen en met enorme glimlach stapte ik op de fiets. Beter dan de vorige keer dat ik van de tandarts kwam.

Meedoen?
Heb jij ook een zomerverhaal dat een podium verdient op Wine-up? Stuur het ons! Lees hier hoe je mee kunt doen.

Lees ook: Mama gaat even lekker los op een festival.

Deel dit via:

, ,

No comments yet.

Geef een reactie